Bomen in de mistige schemering

Buitengebied van Voorschoten tegen de schemering

Merkwaardig hoe hemelsbreed gemeten een afstand van vijftien kilometer zo’n enorm verschil kan uitmaken. Waar de gemiddelde Delftenaar bij wijze van spreken om de haverklap struikelt over de fotogeniek neergepote reigers heb ik gisteren in Voorschoten er niet één kunnen ontdekken.

Het enige dat op mijn netvlies is achtergebleven is het kouwelijk ogende landschap waarin de hoogspanningsmasten in de verte en de schemering verdwijnen. Bij gebrek aan vogels ga je als fotograaf dan maar wat aan het stoeien met de stalen staketsels die als draaddragende reuzen de wazige horizon trachten te breken.

Na mijn speelkwartiertje heb ik  in een weiland zowaar toch nog wat uitgestalde vogels gevonden. Maar wat er gisteren achter die neergestreken zwerm gebeurde is interessanter. Wat je op de onderste foto ziet zou namelijk een mysterieuze verdwijnpoort uit een science fiction of fantasy verhaal kunnen zijn.

Ik heb zo’n idee dat de NS en ProRail het reizigerspubliek en de Tweede Kamer nog het een en ander uit te leggen hebben. Dit verdwijnpunt verklaart wellicht ook waarom de blauwe reigers in het Voorschotense buitengebied in het niets opgelost lijken te zijn. Maar om daar achter te komen had ik ook door die poort moeten gaan en hadden jullie dit stukje misschien niet meer te zien gekregen.

Hoogspanningsmast op hellend vlak
Verdwijnen in een sluitertijd van 1/15s

Kristallen tranen in de sneeuw

Voor de rayonhoofden en de voortvarende ijsmeesters van de Elfstedentocht moet het dooien overdag gecombineerd met een matige vorst ‘s nachts een regelrechte ramp zijn die zelfs de meest geharde Fries in zilte tranen kan doen uitbarsten.

Voor iemand die vandaag met een camera op pad is gegaan kan het kwakkelweer echter leuke plaatjes opleveren. Ik kon het dus niet laten om er een paar te schieten. En dan niet van die weidse en in druipend wit verstilde landschappen, dat kunnen anderen namelijk veel beter, maar enkele detailopnames van de sneeuw, of wat daar nog van over was, zonder daarbij de macrolens te gebruiken.

Wat mij betreft mag het na deze korte periode van dooi weer gaan vriezen dat het kraakt. Want als ik namelijk ergens niet tegen kan dan zijn het Friese mannen die starend naar het smeltende ijs op de Bonkevaart in Leeuwarden collectief een potje beginnen te janken. Laat me dus alstublieft dat larmoyante beeld bespaard blijven.

Sneeuwheuvellandschapje
De navel van een Wit Gat?

Ruwe bolster met een blanke pit?

Als ik dit ruig ogend heerschap in Pontrieux bij nacht en ontij was tegengekomen zou ik wellicht voor de zekerheid een blokje omgelopen hebben. Voor zover dat in het plaatsje mogelijk is uiteraard.

Misschien bedriegt ook deze keer de schijn en is de man een vredestichter pur sang die bij de frequente ruzies tussen de plaatselijke bakker en slager – twee gerenommeerde en gelauwerde ego’s; een vanwege zijn superbe croissants en de ander vanwege zijn bekroonde paté en zijn gave om het Bretonse weer te kunnen voorspellen – tussenbeide springt en daarbij zelf de meeste builen en schrammen oploopt.

Maar hij kan natuurlijk net zo goed een zachtmoedig filosoof zijn die bij een glas lokale appelwijn vredig contempleert over emoties en gevoelens als liefde en haat en waar en waarom kwalijke zaken als naijver, rancune en zwart-wit denkerij in de menselijke geest wortelen.

Ook als ik terugga naar Pontrieux zal ik naar verwachting niet te weten komen wie hij is en wat hij doet. Toen ik hem een paar maanden geleden zag sprak hij namelijk geen woord, zelfs niet met de mensen waarmee hij aan tafel zat en met wie hij brood, water en wijn deelde. Het lijkt me daarom onwaarschijnlijk dat hij tegen mij, als buitenstaander met een camera in de hand, wel openheid van zaken zou hebben gegeven.

En misschien is dat maar goed ook, want wat niet weet wat niet deert. Intrigerend blijft deze ruwe bolster met of zonder blanke pit echter wel. Maar dat geldt wel voor meer zaken die ik soms dagelijks zie gebeuren en waarvan ik me afvraag waarom men tussen zwart en wit de genuanceerde grijstinten niet meer kan of wil zien.

Maar als het dan echt niet anders kan is het beter het zwart gewoon het zwart te laten. En het wit wit. Laisser faire scheelt namelijk vaak een hoop grijze haren.

Foto genomen door mevrouw 99

Na mijn biecht heb ik behoefte aan een coming out. Jarenlang heb ik me achter een façade van gespeelde arrogantie en academische pedanterie verscholen.

Glaswerk heeft me er menigmaal op geattendeerd maar mevrouw !00 heeft me in een tuincentrum uiteindelijk de ogen geopend. Wat ik eigenwijs als raamkitsch beschouwde blijkt juist adembenemende glaspoëzie te zijn.

Wonderlijk hoe ik mij zo kan vergissen. Als aflaat voor mijn zonden heb ik een schitterend Keltisch raamkunstwerk gekocht dat ik graag met jullie wil delen.

Aanvaard het als een publieke knieval.

Vol emotie laat ik het dit keer bij 99 woorden en een

De ware kerstbalbeleving volgens mevrouw 99

Volle Maan, 20 december 2010, 23:12 uur (klik op foto voor een groter formaat)

Nou had ik afgelopen nacht in mijn enthousiasme in gedachten al een extra paar sokken, een lange onderbroek, een behoorlijke jas, een muts en handschoenen klaargelegd voor het trotseren van de kou, bleek ik deze attributen vanochtend jammer genoeg niet nodig te hebben.

Omdat het bewolkt was kon ik het schieten van de gedeeltelijke maaneclips dus gevoeglijk op mijn buik schrijven. Gelukkig had ik gisteravond laat, toen het nog kraakhelder was,  al een fotootje van de maan gemaakt. Dat voor de aardigheid.

Dat deze een beetje groot is uitgevallen – klik op de foto om de voluptueuze Selena zonder schijngestalte of (gedeeltelijke) verduistering in volle omvang te zien – komt omdat ik gebruik kon maken van het Geheimzinnige Hulpglaswerk. Een werkwijze die ik dankbaar heb overgenomen van De Stripman die af en toe voor het tekenen van zijn al dan niet zichtbare stripjes de assistentie inroept van zijn Geheimzinnige Hulpman.

Na, wat geeft dat toch een roodbruin licht (klik op de foto voor informatie over natriumlampen)

Natriumlampen geven een soort roodbruin getint licht dat op avond- en nachtfoto’s de sfeer van plaatjes in een sprookjesboek of illustraties uit de tijd van Charles Dickens kan oproepen. En vallende sneeuw – die inmiddels sommigen tot uiterste wanhoop heeft gedreven – kan dat ouderwetse beeld zeker versterken.

Als ik ‘s nachts naar het noorden kijk, kan ik aan de kleur van het zwerk zien of dat witte goedje op komst is. Dat komt omdat de wolken die sneeuw bevatten het oranje licht uit het centrum van Nijmegen reflecteren

Afgelopen nacht heb ik tegen een uur of een blauwbekkend tussen de stuiterende poezen in onze achtertuin een impressie van die oranjegekleurde sneeuwlucht proberen te maken. Oordeel zelf aan de hand van het onderstaande HDR-plaatje of er later, toen ik al lang weer binnen was, nog meer sneeuw is gevallen.

Aan de lucht te zien gaat er nog meer sneeuw vallen

Je kunt wel raden, maar ik ga het toch niet vertellen

Wanneer honderd bètageoriënteerde woorden ruimschoots tekort kunnen schieten bij het duiden van iets dat je tijdens het kijken niet kunt zien kun je natuurlijk altijd terugvallen op de zweefteventaal

In dat met helium gevulde jargon is het mogelijk om zelfs de meest esoterische abstracties te ervaren, of erger nog, te voelen tot in het diepst van je botten zonder dat er één – of als je geluk hebt twee – van de normaal functionerende hersenhelften in wezen bij aan te pas komt.

Mij bezorgt het abstracte de nodige hoofdbrekens – het zal het droeve lot van de harde bèta met een sterk onderontwikkelde alfacomponent wel zijn – en, zoals het geval was na het zien van de amorfe roodkoperkleurige klont op de foto van 100_Woorden, ook wel eens een paar slapeloze nachten.

Om me enigszins te kunnen harden voor het geval er nog een keer zo’n akkefietje op het VKblog gedumpt gaat worden heb ik aan het begin van de avond zelf maar het heft in handen genomen. En omdat je volgens sommige experts iedere abstractie zonder enige voorkennis op je moet laten inwerken zal ik ditmaal zo netjes zijn om voor één keer geen tipje van de sluier op te lichten.

Ik zou zeggen, kijk, zie, voel, ervaar en maak je niet druk om wat het werkelijk is.

Nee, ook voor deze foto moet je de rationele wereld loslaten en je mee laten voeren op de golven van het onbekende

Het gordijn van dichtbij bekeken

Een paar weken voor Kerstmis wordt Vrouwe Ivy door de onbedwingbare behoefte overvallen om een snoer met ledlampjes in de vorm van een klassieke kerst-eland in de Japanse esdoorn te draperen. Zo ook dit jaar.

Nu blijven sommige zaken bij ons wel eens langer hangen dan strikt noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld een vliegengordijn voor de keukendeur, hetgeen meestal een last is maar dit keer een lust. Voor het oog welteverstaan. Als je namelijk door de fijne mazen van het gordijn naar de ledlampjes kijkt zie je tenhemelschreiende kleurrijke interferentie- en lichtbrekingspatronen. Ik kon het de afgelopen nacht dus niet nalaten om daar een paar plaatjes van te schieten.

De foto boven de tekst is een macro opname van een klein stukje van het gordijn met daarin verweven een lichtpatroon dat afkomstig is van enkele ledlampjes. Hieronder staan een paar plaatjes die tonen wat het fijnmazige gaaswerk met licht kan doen.

Op de onderste foto zie je wat wij vanuit de keuken zien.  Op die foto staan vaag ook nog enkele bascules die onder de veranda hangen. En als je de ogen een beetje dichtknijpt herken je direct een geperoxideerde derdegeneratieallochtone kerst-eland met multichromatische aberraties.  Als het goed is tenminste.

Interferentie en breking van licht

Alsof de aliens eindelijk zijn gearriveerd

Ook dit jaar is Vrouwe Ivy er in geslaagd om een fraaie kerst-eland van niet-programmeerbare ledlampjes zonder geluid in de Japanse esdoorn te draperen

Bootsman zittend aan de kade van de rivier de Trieux

Tijdens mijn vakantie in Bretagne heb ik, als het zo uitkwam, foto’s gemaakt van de lokale bevolking. Toen ik vandaag mijn archief aan het doorspitten was op zoek naar een aardige foto voor een blogje viel het me op dat een aantal van die foto’s zich leent voor een zwartwit weergave.

Mischien is het een vorm van nostalgie, misschien ligt het aan een onbewust verzet tegen de toekomst of is het een andere afwijking, maar ik ben al jaren bijzonder gecharmeerd van zwartwit fotografie. Ik geniet dan ook met volle teugen als ik ergens weer een fijne monochrome plaat zie.

Aangezien op het VKblog fotoseries een beetje in zwang beginnen te raken wil ik niet achterblijven. Ik zal af en toe een foto plaatsen van een rasechte Breizh met een, zoals dat in jargon heet, markante kop of in een pose zonder dat men daar overigens voor geposeerd heeft.

De foto’s zijn uiteraard in monochroom waarin de vele grijstinten tussen het zwart en wit hopelijk toch enigszins tot jullie kleurrijke verbeelding zullen spreken.

Groen in de schemering

Je zou bijna gaan denken dat het gezegde “groen van jaloezie” is uitgevonden door een fotograaf met een analoge of digitale bos- en landschapsfobie. Ik wel althans.

Waar andere fotografen – op het VKblog lopen er ook enkele rond – het groen, met eventueel het zwerk daarboven, vaak fraai op de gevoelige plaat weten vast te leggen zie ik meestal door de bomen het bos niet meer.  De overdaad aan groentinten heeft dan een verlammende uitwerking op mijn rechter wijsvinger waarmee ik de ontspanknop van de camera bedien. 

Blijkbaar bestaat er dus niet alleen in de wondere wereld van de bloemen- en plantenverzorging zoiets als groene vingers. Toch heb ik een tijd geleden enkele pogingen gedaan om een uitbundige hoeveelheid lover in vele groenschakeringen boven een vrij gladde waterspiegel te schieten.

De foto hierboven is een resultaat daarvan. En wat je onder deze tekst ziet kun je beschouwen als een projectie van de gedachtenkronkels die ik krijg wanneer ik wandelend door de natuur geconfronteerd wordt met al dat verdraaide groen.

Gedraaide groenspiegeling

Bevroren wateroppervlak (klik op de foto om 'Under Ice' van Kate Bush te beluisteren)

Voor de meeste (amateur)fotografen zal de koppeling tussen krielkippen zonder drinkwater en macrofotografie  niet direct voor de hand liggen. Voor mij in de tijd dat het vriest dat het kraakt echter wel.

De foto’s die je in dit blogje ziet heb ik vandaag gemaakt van het bevroren water dat in het drinkbakje van de kippen zat. Ik heb als rechtgeaard koukleum de cilinder met ijs mee naar binnen genomen en op een zwart etensbord geplaatst. Door wat te spelen met drie lichtbronnen – daglicht, mijn bureaulamp en met de systeemflitser in de hand – kon ik best wel aardige lichteffecten bereiken.

En natuurlijk, voor diegenen die zich daar eventueel zorgen over maken, de kippen hebben vanochtend voor ik aan het experimenteren sloeg eerst weer vers water gekregen. Prioriteiten dient een mens nou eenmaal te stellen, dus dat geldt ook voor een  kippenhoedende fotograaf.

Bevroren planeet
Extraterrestriale levensvorm in het ijs