Weet jij de juiste weg?

Een berg tekst
Verleidingen voor Keizer Napoleon

Hoop of hopeloos?

Aan het einde van de rit?

Freek is de jongste niet meer. Dat benadrukte hij ook zelf in de Nieuwjaarsshow waarmee hij op 2 januari het jaar 2011 inluidde. Maar hij is ook De Jonge niet meer: de scherpe satiricus die als volleerd jongleur met het grootste gemak en op volle snelheid verschillende verhaallijnen in de lucht houdt waar je normaalgesproken als toeschouwer hopeloos bij achterblijft, in ademloze bewondering voor deze virtuositeit waarna je eigenlijk nog minstens drie keer de herhaling zou willen zien om te begrijpen langs welke breinkronkelwegen hij ons allemaal heeft gevoerd

Zo niet gisteren. Hoewel hij ons probeerde mee te voeren in een autorit met 130 kilometer per uur had ik meer het gevoel in een traag voortkruipende file te staan. Na een half uur keken we al besmuikt op de klok: hoe lang nog? Ik vroeg nog een keer: wanneer wordt hij leuk? maar toen bleek het programma al bijna afgelopen. Waarbij overigens wel het venijn bijna in de staart zat.

Even zagen we Freek zoals hij was in zijn hoogtijdagen en de tijd van Neerlands Hoop met Bram Vermeulen: toen hij een experimenteel conceptuele installatie verbeeldde met drumcomputer en soundbites en in snel staccato op satirisch-bijtende toon de actualiteiten de revue liet passeren. Dan ga je wel even op het puntje van je stoel zitten. Maar dat pareltje flonkerde slechts een paar minuten in een zich bejaard voortslepende verhandeling waarin de felrode draad verbleekte tot een onheilspellende ouwelijk-roze.

Aan zijn mimiek lag het niet, die was als vanouds. En het onderwerp – cultuur versus zorg – had ook groots uitgewerkt kunnen worden, maar werd dat niet. Integendeel, bij tijd en wijle was het ronduit gênant in plaats van schurend en confronterend.

Het zijn inderdaad schrijnende toestanden in de zorg, maar een onverstaanbaar gemompel van een oud mannetje in een onplaatsbaar dialect over een onderwerp wat (bijna) niemand iets zegt wekt alleen maar irritatie. Nadat het koeterwaals brabbelende heertje voor de derde keer werd opgevoerd bleek het over doping in Belgisch wielrennen te gaan, maar had ik als kijker nog steeds geen aha-erlebnis.

Ook de daarop volgende scène met de vuvuzela en de olifant was ronduit flauw en tenenkrommend. Niet leuk en niet scherp. Geen spoortje satire kon ik er in ontdekken. Of was het misschien van hetzelfde niveau als ‘Jokertje’ en ging de diepere betekenis daardoor verloren?

Schokkend was het feit dat Freek zijn hele podium kon volstouwen met rollators, omdat iedereen een nieuwe krijgt. ‘Ze zijn gratis, dus nemen de mensen geen genoegen met een tweedehandsje’. Scherp was de opmerking dat ‘ze wachten tot de Derde Wereld oud genoeg wordt om de rollators te verschepen’, maar het getuigde van creatieve armoede toen de afgedankte rollators op een hoop werden gesmeten.

Zielig en melodramatisch was ook het einde. Het verlossende woord – de titel van de conference – bleek ‘LIEFDE’. De elektronische nagalm van dat woord versterkte alleen maar het idee dat je naar een op zijn retour zijnde dominee op zijn preekstoel stond te luisteren. Tot slot mocht deze verlossende dooddoener door het publiek worden uitgebeeld en uitgejubeld nadat ze zich massaal in een gospelhesje hadden gehesen.

Jammer. Freek was verdomde goed. Misschien had hij moeten stoppen op zijn hoogtepunt, misschien ook niet. Want van de éne kant, om van Muiswinkel’s Ferry Mingelen maar eens te parafraseren, oude clowns weten wanneer de lol eraf is. Maar van de àndere kant, zo oud is De Jonge toch nog niet?

Dus hopelijk is het een tijdelijk dieptepunt en kunnen we, net zoals de papegaai van moeder De Jonge, over deze conference zeggen:

‘Vergeet het maar!’

Quo vadis Freek?

 


Tekst: Ivy en Glaswerk.

Knallend tegenlicht
Luchtvervuiling? Nóóit van gehoord...

Nu de meeste bloggers elkaar zowat tot onder het virtuele maaiveld bedolven hebben onder de allerbeste en ongetwijfeld welgemeende wensen voor 2011 lijkt het me een prima moment voor een  korte, luchtige terugblik op de grensovergang tussen het vorige en het nieuwe jaar.

Dat voor de gelegenheid in de vorm van wat vuurwerkplaatjes. Een toelichting lijkt me overbodig, dus resteert mij slechts jullie allen op welgemeende wijze en met bijna terugwerkende kracht het allerbeste voor 1 januari 2011 te wensen.

En dat natuurlijk ook voor alle dagen vol virtueel (blog)vuurwerk die na vandaag zullen volgen.

Sterrendans
Geen Photoshop maar rawwe werkelijkheid
NGC-20102011

Bomen in de mistige schemering

Buitengebied van Voorschoten tegen de schemering

Merkwaardig hoe hemelsbreed gemeten een afstand van vijftien kilometer zo’n enorm verschil kan uitmaken. Waar de gemiddelde Delftenaar bij wijze van spreken om de haverklap struikelt over de fotogeniek neergepote reigers heb ik gisteren in Voorschoten er niet één kunnen ontdekken.

Het enige dat op mijn netvlies is achtergebleven is het kouwelijk ogende landschap waarin de hoogspanningsmasten in de verte en de schemering verdwijnen. Bij gebrek aan vogels ga je als fotograaf dan maar wat aan het stoeien met de stalen staketsels die als draaddragende reuzen de wazige horizon trachten te breken.

Na mijn speelkwartiertje heb ik  in een weiland zowaar toch nog wat uitgestalde vogels gevonden. Maar wat er gisteren achter die neergestreken zwerm gebeurde is interessanter. Wat je op de onderste foto ziet zou namelijk een mysterieuze verdwijnpoort uit een science fiction of fantasy verhaal kunnen zijn.

Ik heb zo’n idee dat de NS en ProRail het reizigerspubliek en de Tweede Kamer nog het een en ander uit te leggen hebben. Dit verdwijnpunt verklaart wellicht ook waarom de blauwe reigers in het Voorschotense buitengebied in het niets opgelost lijken te zijn. Maar om daar achter te komen had ik ook door die poort moeten gaan en hadden jullie dit stukje misschien niet meer te zien gekregen.

Hoogspanningsmast op hellend vlak
Verdwijnen in een sluitertijd van 1/15s

Kristallen tranen in de sneeuw

Voor de rayonhoofden en de voortvarende ijsmeesters van de Elfstedentocht moet het dooien overdag gecombineerd met een matige vorst ‘s nachts een regelrechte ramp zijn die zelfs de meest geharde Fries in zilte tranen kan doen uitbarsten.

Voor iemand die vandaag met een camera op pad is gegaan kan het kwakkelweer echter leuke plaatjes opleveren. Ik kon het dus niet laten om er een paar te schieten. En dan niet van die weidse en in druipend wit verstilde landschappen, dat kunnen anderen namelijk veel beter, maar enkele detailopnames van de sneeuw, of wat daar nog van over was, zonder daarbij de macrolens te gebruiken.

Wat mij betreft mag het na deze korte periode van dooi weer gaan vriezen dat het kraakt. Want als ik namelijk ergens niet tegen kan dan zijn het Friese mannen die starend naar het smeltende ijs op de Bonkevaart in Leeuwarden collectief een potje beginnen te janken. Laat me dus alstublieft dat larmoyante beeld bespaard blijven.

Sneeuwheuvellandschapje
De navel van een Wit Gat?

Ruwe bolster met een blanke pit?

Als ik dit ruig ogend heerschap in Pontrieux bij nacht en ontij was tegengekomen zou ik wellicht voor de zekerheid een blokje omgelopen hebben. Voor zover dat in het plaatsje mogelijk is uiteraard.

Misschien bedriegt ook deze keer de schijn en is de man een vredestichter pur sang die bij de frequente ruzies tussen de plaatselijke bakker en slager – twee gerenommeerde en gelauwerde ego’s; een vanwege zijn superbe croissants en de ander vanwege zijn bekroonde paté en zijn gave om het Bretonse weer te kunnen voorspellen – tussenbeide springt en daarbij zelf de meeste builen en schrammen oploopt.

Maar hij kan natuurlijk net zo goed een zachtmoedig filosoof zijn die bij een glas lokale appelwijn vredig contempleert over emoties en gevoelens als liefde en haat en waar en waarom kwalijke zaken als naijver, rancune en zwart-wit denkerij in de menselijke geest wortelen.

Ook als ik terugga naar Pontrieux zal ik naar verwachting niet te weten komen wie hij is en wat hij doet. Toen ik hem een paar maanden geleden zag sprak hij namelijk geen woord, zelfs niet met de mensen waarmee hij aan tafel zat en met wie hij brood, water en wijn deelde. Het lijkt me daarom onwaarschijnlijk dat hij tegen mij, als buitenstaander met een camera in de hand, wel openheid van zaken zou hebben gegeven.

En misschien is dat maar goed ook, want wat niet weet wat niet deert. Intrigerend blijft deze ruwe bolster met of zonder blanke pit echter wel. Maar dat geldt wel voor meer zaken die ik soms dagelijks zie gebeuren en waarvan ik me afvraag waarom men tussen zwart en wit de genuanceerde grijstinten niet meer kan of wil zien.

Maar als het dan echt niet anders kan is het beter het zwart gewoon het zwart te laten. En het wit wit. Laisser faire scheelt namelijk vaak een hoop grijze haren.

Foto genomen door mevrouw 99

Na mijn biecht heb ik behoefte aan een coming out. Jarenlang heb ik me achter een façade van gespeelde arrogantie en academische pedanterie verscholen.

Glaswerk heeft me er menigmaal op geattendeerd maar mevrouw !00 heeft me in een tuincentrum uiteindelijk de ogen geopend. Wat ik eigenwijs als raamkitsch beschouwde blijkt juist adembenemende glaspoëzie te zijn.

Wonderlijk hoe ik mij zo kan vergissen. Als aflaat voor mijn zonden heb ik een schitterend Keltisch raamkunstwerk gekocht dat ik graag met jullie wil delen.

Aanvaard het als een publieke knieval.

Vol emotie laat ik het dit keer bij 99 woorden en een

De ware kerstbalbeleving volgens mevrouw 99

Volle Maan, 20 december 2010, 23:12 uur (klik op foto voor een groter formaat)

Nou had ik afgelopen nacht in mijn enthousiasme in gedachten al een extra paar sokken, een lange onderbroek, een behoorlijke jas, een muts en handschoenen klaargelegd voor het trotseren van de kou, bleek ik deze attributen vanochtend jammer genoeg niet nodig te hebben.

Omdat het bewolkt was kon ik het schieten van de gedeeltelijke maaneclips dus gevoeglijk op mijn buik schrijven. Gelukkig had ik gisteravond laat, toen het nog kraakhelder was,  al een fotootje van de maan gemaakt. Dat voor de aardigheid.

Dat deze een beetje groot is uitgevallen – klik op de foto om de voluptueuze Selena zonder schijngestalte of (gedeeltelijke) verduistering in volle omvang te zien – komt omdat ik gebruik kon maken van het Geheimzinnige Hulpglaswerk. Een werkwijze die ik dankbaar heb overgenomen van De Stripman die af en toe voor het tekenen van zijn al dan niet zichtbare stripjes de assistentie inroept van zijn Geheimzinnige Hulpman.

Na, wat geeft dat toch een roodbruin licht (klik op de foto voor informatie over natriumlampen)

Natriumlampen geven een soort roodbruin getint licht dat op avond- en nachtfoto’s de sfeer van plaatjes in een sprookjesboek of illustraties uit de tijd van Charles Dickens kan oproepen. En vallende sneeuw – die inmiddels sommigen tot uiterste wanhoop heeft gedreven – kan dat ouderwetse beeld zeker versterken.

Als ik ‘s nachts naar het noorden kijk, kan ik aan de kleur van het zwerk zien of dat witte goedje op komst is. Dat komt omdat de wolken die sneeuw bevatten het oranje licht uit het centrum van Nijmegen reflecteren

Afgelopen nacht heb ik tegen een uur of een blauwbekkend tussen de stuiterende poezen in onze achtertuin een impressie van die oranjegekleurde sneeuwlucht proberen te maken. Oordeel zelf aan de hand van het onderstaande HDR-plaatje of er later, toen ik al lang weer binnen was, nog meer sneeuw is gevallen.

Aan de lucht te zien gaat er nog meer sneeuw vallen