Gert Pieks in de rol van God tijdens het Mariken wagenspel dat gespeeld werd bij de St. Stevenskerk in Nijmegen

De acteur op de foto – Gert Pieks – speelde afgelopen zondag tijdens het Mariken wagenspel op gedreven wijze de rol van niemand minder dan God.

(more…)

Zij is geslaagd

Soms is het leuk om met een foto iets méér te doen dan alleen maar de standaard bewerkingen in raw, zoals witbalanscorrectie, ruisfiltering en de vertaling naar jpeg-formaat.

(more…)

En de boerin, zij ploeterde voort

Uitgezwierd in zwart-wit

Dit is de derde en laatste foto van mijn nicht in de serie “bouwlampfotografie”.

(more…)

Van je familie moet je het hebben

Is er nog een koekje over?

Computer-cookies zullen deze vrouw uit het pre-digitale tijdperk waarschijnlijk worst wezen, maar de ongetwijfeld lekkere Bretonse patisserie in het blik heeft zo te zien haar volle aandacht. Dat uiteraard met de oerdegelijke (kunst)lederen handtas als trouwe metgezellin uit diefstalpreventie binnen handbereik.

En zeker, ik weet dat haar mutsje eigenlijk helemaal op de foto behoort te staan, maar ik vind het een te smakelijk ouderwets beeld om dat zomaar ongezien op de digitale plank te laten verstoffen.

Nee is nee!
Hebt u dat begrepen?

In diepe gedachten verzonken...
...kijkt zij peinzend naar de overkant

Draadverbinding

Is het een witte reddingslijn uit de hemel gezonden of heeft een sardonische Almacht besloten om dit kind met haar moeder nog voor veertig dagen aan het lijntje te houden?

Aan het einde van de rit?

Freek is de jongste niet meer. Dat benadrukte hij ook zelf in de Nieuwjaarsshow waarmee hij op 2 januari het jaar 2011 inluidde. Maar hij is ook De Jonge niet meer: de scherpe satiricus die als volleerd jongleur met het grootste gemak en op volle snelheid verschillende verhaallijnen in de lucht houdt waar je normaalgesproken als toeschouwer hopeloos bij achterblijft, in ademloze bewondering voor deze virtuositeit waarna je eigenlijk nog minstens drie keer de herhaling zou willen zien om te begrijpen langs welke breinkronkelwegen hij ons allemaal heeft gevoerd

Zo niet gisteren. Hoewel hij ons probeerde mee te voeren in een autorit met 130 kilometer per uur had ik meer het gevoel in een traag voortkruipende file te staan. Na een half uur keken we al besmuikt op de klok: hoe lang nog? Ik vroeg nog een keer: wanneer wordt hij leuk? maar toen bleek het programma al bijna afgelopen. Waarbij overigens wel het venijn bijna in de staart zat.

Even zagen we Freek zoals hij was in zijn hoogtijdagen en de tijd van Neerlands Hoop met Bram Vermeulen: toen hij een experimenteel conceptuele installatie verbeeldde met drumcomputer en soundbites en in snel staccato op satirisch-bijtende toon de actualiteiten de revue liet passeren. Dan ga je wel even op het puntje van je stoel zitten. Maar dat pareltje flonkerde slechts een paar minuten in een zich bejaard voortslepende verhandeling waarin de felrode draad verbleekte tot een onheilspellende ouwelijk-roze.

Aan zijn mimiek lag het niet, die was als vanouds. En het onderwerp – cultuur versus zorg – had ook groots uitgewerkt kunnen worden, maar werd dat niet. Integendeel, bij tijd en wijle was het ronduit gênant in plaats van schurend en confronterend.

Het zijn inderdaad schrijnende toestanden in de zorg, maar een onverstaanbaar gemompel van een oud mannetje in een onplaatsbaar dialect over een onderwerp wat (bijna) niemand iets zegt wekt alleen maar irritatie. Nadat het koeterwaals brabbelende heertje voor de derde keer werd opgevoerd bleek het over doping in Belgisch wielrennen te gaan, maar had ik als kijker nog steeds geen aha-erlebnis.

Ook de daarop volgende scène met de vuvuzela en de olifant was ronduit flauw en tenenkrommend. Niet leuk en niet scherp. Geen spoortje satire kon ik er in ontdekken. Of was het misschien van hetzelfde niveau als ‘Jokertje’ en ging de diepere betekenis daardoor verloren?

Schokkend was het feit dat Freek zijn hele podium kon volstouwen met rollators, omdat iedereen een nieuwe krijgt. ‘Ze zijn gratis, dus nemen de mensen geen genoegen met een tweedehandsje’. Scherp was de opmerking dat ‘ze wachten tot de Derde Wereld oud genoeg wordt om de rollators te verschepen’, maar het getuigde van creatieve armoede toen de afgedankte rollators op een hoop werden gesmeten.

Zielig en melodramatisch was ook het einde. Het verlossende woord – de titel van de conference – bleek ‘LIEFDE’. De elektronische nagalm van dat woord versterkte alleen maar het idee dat je naar een op zijn retour zijnde dominee op zijn preekstoel stond te luisteren. Tot slot mocht deze verlossende dooddoener door het publiek worden uitgebeeld en uitgejubeld nadat ze zich massaal in een gospelhesje hadden gehesen.

Jammer. Freek was verdomde goed. Misschien had hij moeten stoppen op zijn hoogtepunt, misschien ook niet. Want van de éne kant, om van Muiswinkel’s Ferry Mingelen maar eens te parafraseren, oude clowns weten wanneer de lol eraf is. Maar van de àndere kant, zo oud is De Jonge toch nog niet?

Dus hopelijk is het een tijdelijk dieptepunt en kunnen we, net zoals de papegaai van moeder De Jonge, over deze conference zeggen:

‘Vergeet het maar!’

Quo vadis Freek?

 


Tekst: Ivy en Glaswerk.

Ruwe bolster met een blanke pit?

Als ik dit ruig ogend heerschap in Pontrieux bij nacht en ontij was tegengekomen zou ik wellicht voor de zekerheid een blokje omgelopen hebben. Voor zover dat in het plaatsje mogelijk is uiteraard.

Misschien bedriegt ook deze keer de schijn en is de man een vredestichter pur sang die bij de frequente ruzies tussen de plaatselijke bakker en slager – twee gerenommeerde en gelauwerde ego’s; een vanwege zijn superbe croissants en de ander vanwege zijn bekroonde paté en zijn gave om het Bretonse weer te kunnen voorspellen – tussenbeide springt en daarbij zelf de meeste builen en schrammen oploopt.

Maar hij kan natuurlijk net zo goed een zachtmoedig filosoof zijn die bij een glas lokale appelwijn vredig contempleert over emoties en gevoelens als liefde en haat en waar en waarom kwalijke zaken als naijver, rancune en zwart-wit denkerij in de menselijke geest wortelen.

Ook als ik terugga naar Pontrieux zal ik naar verwachting niet te weten komen wie hij is en wat hij doet. Toen ik hem een paar maanden geleden zag sprak hij namelijk geen woord, zelfs niet met de mensen waarmee hij aan tafel zat en met wie hij brood, water en wijn deelde. Het lijkt me daarom onwaarschijnlijk dat hij tegen mij, als buitenstaander met een camera in de hand, wel openheid van zaken zou hebben gegeven.

En misschien is dat maar goed ook, want wat niet weet wat niet deert. Intrigerend blijft deze ruwe bolster met of zonder blanke pit echter wel. Maar dat geldt wel voor meer zaken die ik soms dagelijks zie gebeuren en waarvan ik me afvraag waarom men tussen zwart en wit de genuanceerde grijstinten niet meer kan of wil zien.

Maar als het dan echt niet anders kan is het beter het zwart gewoon het zwart te laten. En het wit wit. Laisser faire scheelt namelijk vaak een hoop grijze haren.

Bootsman zittend aan de kade van de rivier de Trieux

Tijdens mijn vakantie in Bretagne heb ik, als het zo uitkwam, foto’s gemaakt van de lokale bevolking. Toen ik vandaag mijn archief aan het doorspitten was op zoek naar een aardige foto voor een blogje viel het me op dat een aantal van die foto’s zich leent voor een zwartwit weergave.

Mischien is het een vorm van nostalgie, misschien ligt het aan een onbewust verzet tegen de toekomst of is het een andere afwijking, maar ik ben al jaren bijzonder gecharmeerd van zwartwit fotografie. Ik geniet dan ook met volle teugen als ik ergens weer een fijne monochrome plaat zie.

Aangezien op het VKblog fotoseries een beetje in zwang beginnen te raken wil ik niet achterblijven. Ik zal af en toe een foto plaatsen van een rasechte Breizh met een, zoals dat in jargon heet, markante kop of in een pose zonder dat men daar overigens voor geposeerd heeft.

De foto’s zijn uiteraard in monochroom waarin de vele grijstinten tussen het zwart en wit hopelijk toch enigszins tot jullie kleurrijke verbeelding zullen spreken.