Wij woonden al hier en verkeerden met de goden lang voordat de mannen kwamen. Wij leefden met het land, op het ritme van de seizoenen. Het ritme van de Moeder stroomde door ons bloed: van moeder naar dochter, van grootmoeder naar kleindochter. In cirkels gingen wij rond en plantten en oogsten op de tijd die de Moeder daarvoor gegeven had, gewiegd door haar ademhaling:
in ….. uit.
Wij vierden de Jaarfeesten samen met de goden. De belangrijkste was Freija, onze zustermoeder. Alle feesten waren aan haar gewijd, maar eenmaal per jaar kwam zij tot ons in de gedaante van Freijr, haar tweelingbroer, omdat hij de attributen bezat die nodig waren om het zaad te zaaien. De uitverkoren vrouwen schonken daarna op hun tijd het leven aan nieuwe dochters, kinderen met hemelogen en haar zo goud als engelenstof. En zo had het eeuwig door kunnen gaan,
in ….. uit, als niet…
Als niet op een dag de mannen waren gekomen. Zij zwierven ver vanuit het zuiden achter hun prooidieren aan: de statige oeros, het flitsvoetige hert, de wilde ever en de massieve mammoet. Wij zaten in cirkels en wanden het graan dat wij verzameld hadden. In onze ronde, geweven manden gooiden wij het hoog op en zongen erbij om het ritme vast te houden. Op het moment dat één van ons haar mand hoog in de lucht hief schoot er en pijl vanuit het niets tevoorschijn en bleef trillend steken in de geweven bodem. Het rechte had het ronde doorboord.
Wij hielden onze adem in ….
En het niets werd gevuld met donkerharige vuurogige manwezens. Geschrokken bekeken wij elkaar, totdat een jonge vrouw opstond en aarzelend naar de vreemden toeliep. Zij spraken niet onze taal, maar hun blikken spraken boekdelen. Zij bekeken ons vol bewondering en dat voelde goed.
Langzaam bliezen wij onze adem weer uit….
Wij voedden de mannen en verstelden hun kleding. Op hun beurt deelden de mannen met ons hun prooi. Dit hadden wij nooit eerder geproefd: wild, rood vlees druipend van het bloed. Het verwarmde ons hart en benevelde onze zinnen. En zo kwam er een nieuw ritme in ons leven. De mannen gingen op jacht en deelden hun buit, de vrouwen bleven achter en verzorgden het land. En elke avond was er feest. De jonge vrouwen lagen met de mannen en er kwamen kinderen die buiten het seizoen geboren werden. En dat niet alleen, er waren mankinderen bij hen die geboren werden: kleine jongens met donkere haren en vurige ogen en een gulzige mond, die hun moeders met trots vervulden. En ook de mannen waren trots en spraken over ‘mijn zoon’, waar tot nu toe alleen sprake was geweest van ‘onze dochters’. De mannen beschouwden de zonen als hun bezit, tezamen met de bijbehorende moeders. Zij duldden het niet meer als zij met anderen waren, niet met mannen maar ook niet met vrouwen. De vrouwen moesten zich bedekken om niet de lust van de andere mannen op te wekken. Zij moesten hun gouden haren verstoppen om niet meer door de goden herkend te worden. De mannen bouwden muren om hun huis. Waar voorheen de ronde geweven vrouwenhutten stonden verrezen nu harde rechte muren van steen. Om hun bezittingen te beschermen, zeiden de mannen. Om de macht van vrouwen te breken, fluisterden de oude vrouwen.
En weer hielden wij onze adem in …..
Want met bescherming kwam ook de afscherming in ons leven. Wij hadden altijd alles gedeeld: bezittingen, voedsel, kennis. Maar opeens waren er die muren waardoor niets meer van ‘ons’ was. Vrouwen werden afgezonderd waardoor zij niet meer konden delen in de kennis. De cirkel was gebroken en er was geen uitademen meer. En zo had het eeuwen door kunnen gaan,
als niet….
Als niet de oude vrouwen hun kennis hadden bewaard. Want de vrouwen zochten wegen om toch samen te komen. Zij gingen elkaars huizen binnen en vormden een cirkel binnen de muren. Zij namen hun ronde borduurraam mee en vertelden verhalen op het ritme van de tikkende naalden. Sproken en sagen waarin de wijsheid verscholen lag. Spellen en liedjes voor de kinderen op het oeroude ritme:
in, (spin de bocht gaat in) …… uit ….
Ivy
NB: Uit onderzoek naar afstammingslijnen is gebleken dat de eerste vrouw (mitochondriale Eva) veel eerder leefde dan de eerste man. En hoewel vermoed wordt dat wij allen uit Afrika afstammen, gold dit verschil ook voor onze streken. In de vrouwelijke lijn stammen we af van vrouwen wier dna overeenkomt met dna dat alleen in het noorden wordt gevonden. De mannelijke lijn vertoont echter opvallende gelijkenissen met het dna in zuidelijke landen. Zie ook:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mitochondriale_Eva
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2011/oktober/Vroege-vrouw-was-honkvast.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Y-chromosomale_Adam
eKudos Nujij



















































