Nov 27

De dag van de verborgen plekjes

In het kader van ons jaarlijkse personeelsuitstapje was eens wat anders bedacht dan de obligate reis met een bus naar weet-ik-waaro om een vreemde stad te gaan verkennen. Tenslotte is er niets mis met onze eigen stad, zeker omdat enige naspeuring had geleerd dat het plaatselijke Gilde een stadswandeling onder de titel ‘verborgen plekjes‘ in het aanbod had.

Met zijn vijftienen schreven wij ons daarop in en moesten ons verzamelen bij museum het Valkhof, waar de tocht zou beginnen. Een vriendelijke oudere heer (ooit directeur van een aantal zorginstellingen geweest) nam ons mee door het duistere verleden van Nijmegen.

We begonnen in de Valkhofkapel, een plek waar je normaalgesproken niet komt, die een rijke en boeiende historie bleek te hebben (zie ‘Tien eeuwen zien op u neer’). Daarna liepen we door wat kronkelige achterafstraatjes naar een zowaar overgebleven Middeleeuws gebouwtje, verscholen achter een muur met een zware deur erin, waar zich een paar kamers moesten bevinden waar vroeger de gekken werden opgeborgen, het plaatselijke dolhuis.

Onze gids zocht in zijn zakken maar bleek hiervan geen sleutel meegekregen te hebben. Hij trok enkele keren aan de ouderwetse belketting, maar er werd niet opengedaan. Voorwaar een goed verborgen plek.
Nog wat middeleeuwse kronkelstraten later staan we tot mijn verbazing opeens recht tegenover het gemeentehuis van Nijmegen. Daar wacht ons een bezoek aan de kelder (nee, niet de fietsenkelder). Onze gids stapt welgemoed op een balie af waarachter zich twee vrouwelijke ambtenaren (met brilletje op de neus en muiskleurig haar) en een mannelijke beveiligingsbeambte bevinden. Gedrieën kijken ze – bepaald vijandig – naar ons binnenlopende gezelschap. Vroeger was hier het bevolkingsregister gevestigd. Dat is verhuisd en de hal is enorm en stil en schemerig en leeg, op die ene balie na.

Het trio bekeek ons alsof we zojuist uit de kelders waren ontsnapt. Onze gids vroeg of er een sleutel voor hem beschikbaar was, maar zonder ook maar een computer of een register te raadplegen zei de rechter ambtenaar: ‘Ik ken u niet’. Onze gids legde rustig uit dat hij van het Gilde kwam, en dat er een sleutel klaar zou liggen maar opnieuw was het bitse antwoord: ‘Ik ken alle gidsen van het Gilde en u ken ik niet’.
Wij keken elkaar een beetje proestend aan. Geweldige baan, in een donkere lege hal de hele dag mensen sleutels weigeren!

De gids overlegde nog wat en uiteindelijk was de linker ambtenaar bereid iets op een lijst te gaan nazoeken. Blijkbaar stond het verzoek wel op de lijst want na een minuut of vijf kreeg onze gids een magnetisch kaartje én een reusachtige sleutel overhandigd.

Naast de balie was een matglazen wand, met daarin een matglazen deur die toegang geeft tot het oude deel van het raadhuis. Onze gids haalde zijn magneetkaartje door de houder, het lichtje sprong op groen maar ondanks zijn duwen ging de deur niet open. Het lichtje sprong weer op rood. Opnieuw probeerde hij het, met hetzelfde resultaat. Inmiddels naderde vanaf de andere kant van de deur een gehaast persoon met wapperende jaspanden, vaag te zien door het matglas. Hij duwde vanaf zijn kant tegen de deur, de deur zwaaide open naar onze kant en wij konden er ook door. We moesten lachen toen we de persoon die onbedoeld de deur voor ons had geopend herkenden: Paul Depla. Is die tegenwoordig ook al portier hier?

De kelders waren beter verstopt dan ik vermoedde: wij gingen namelijk met de trap omhóóg….. Er bleek later op de middag een trouwpartij te zijn, en de gids wilde ons nog even ongestoord de Trèveszaal laten zien waar ooit de Vrede van Nijmegen is getekend.

Daarna ging het weer naar beneden toe, waar zich achter een dikke eiken deur de onderaardse elfde-eeuwse gewelven bevonden. Inclusief martelkamer.

Het volgende bezoek gold de St. Stevenskerk. Normaal gesproken open op vrijdagmiddag maar nu – alsof Moenen ermee speelde – hermetisch gesloten. Jammer, dat ontnam ons de kans de crypte te bezoeken met daarin de resten van Theophano, de stichteres van de Valkhofkapel waarmee het kringetje weer rond zou zijn. Nou, nog niet helemaal want het eindpunt lag weer in een elfde-eeuwse kelder, namelijk die van Brouwerij de Hemel (tuurlijk, je noemt een brouwerij die in de kelder ligt Hemel, logisch). Daar wachtte ons een rondleiding met onvermijdelijke proeverij toe. Niet slecht, dat hemelse bier.

12 comments

Skip to comment form

    • ScrambleX on 27 november 2007 at 17:48
    • Reply

    Avatar van ScrambleX
    Mooie plekjes in de buurt !
    Reactie is geredigeerd

    • Pas&Ivy on 27 november 2007 at 18:19
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    ScambleX: Zeer de moeite waard… ;-)

    (Ivy)
    Reactie is geredigeerd

    • antoinette duijsters on 27 november 2007 at 18:43
    • Reply

    Avatar van antoinette duijsters
    En volgens mij moet je veel meer rondleidingen krijgen om alle geheimen te ontdekken :-)
    Goed verslag, ik zie het zo voor mij .
    groetjes

    • peter louter on 27 november 2007 at 19:00
    • Reply

    Avatar van peter louter
    Moet Paul Depla niet morgenavond op die pijnbank plaatsnemen?

    • Pas&Ivy on 27 november 2007 at 19:30
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Antoinette: absoluut, er is veel te ontdekken! Dank je.

    Peter: ;-))) Ik vroeg me al af: waarom de fietsenkelder nemen, als er zo’n lekker houten bedje staat!
    (Ivy)

    • Mo on 27 november 2007 at 20:05
    • Reply

    Avatar van Mo
    Je hebt de pointe niet goed begrepen: tuurlijk, je noemt een brouwerij die in de kelder ligt Hemel
    néé!
    je noemt een plaats waar bier gebrouwen wordt Hemel!!!

    • Pas&Ivy on 27 november 2007 at 20:12
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Mo: en waarom zeggen ze dan in het zuiden altijd: in de hemel is geen bier? tWas trouwens echt lekker bier, helaas nergens te krijgen behalve lokaal, want ze hebben maar kleine keteltjes. Nogmaals helaas, we moesten wel 6 soorten proeven, het werd steeds gezelliger. Maar ik begrijp dat Brussels bier ook smaakt? ;-))
    (Ivy)

    • Mo on 27 november 2007 at 21:14
    • Reply

    Avatar van Mo
    Het wordt hoog tijd voor die wandeling, dan kan ik het je uitleggen.

    Dat liedje, dat was zo’n ChielMontagneCarnavalskraker van boven de rivieren!

    En ik heb alleen maar Hoegaarden op, niet eens een Kriek. Maar dat is mn eigen schuld. Volgende keer beter!

    • rachel schrijft on 27 november 2007 at 22:29
    • Reply

    Avatar van rachel schrijft
    ik ben dol op verhalen waarin ambtenaren met sleutels voorkomen. "Ik ken u niet", sprak de Grote Boze Sleutelweigeraar, en hij wendde zich af van de sidderende oudere heer. Heerlijk :-)

    • viktor loman on 28 november 2007 at 12:15
    • Reply

    Avatar van viktor loman
    Zat Nox in een meeneemkooitje?
    groet
    rené

    • Pas&Ivy on 28 november 2007 at 15:07
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Och, Mo, geen kriekje…. Ze hadden bij de hemel ook een heel lekker witbier en dat heet Nieuw Licht.

    Rachel: je ziet hem helemaal voor je!

    Viktor, nee Nox mocht niet mee, veel te eng die martelkamer.

    (Ivy)

    • Bart on 3 december 2007 at 21:03
    • Reply

    Avatar van Bart
    (een beetje buiten adem, schuift aan bij het gezelschap): Eh…ben ik nog op tijd voor de rondleiding?
    Barse ambtenaar (kijkt bozig over zijn halve brilletje): Ik ken u niet!!

    Leuk verslag! :)
    groet Bart

Laat een reactie achter bij Mo Reactie annuleren

Your email address will not be published.