Dec 03

De kamer

Het was de derde kamer die we zouden bezichtigen die dag. Tot nu toe was mijn kamerjacht tamelijk onsuccesvol verlopen. Gewend als ik was van huis uit een flinke ruimte tot mijn beschikking te hebben, waren de eerste bezichtigingen even slikken geweest. Gelukkig was tot nu toe de kwestie ‘accepteren of weigeren’ tamelijk hypothetisch gebleven aangezien ik als zoveelste op de lijst stond.

De tijd begon echter te dringen. Vandaar dat ik op een sombere novembermiddag met de moed der wanhoop de deur opende van een klein, onooglijk kantoortje waar op de deur een groezelig kartonnen bordje hing met in hanepoten geschreven: ‘kamerbemideling’. Het kantoortje bevatte niet meer dan een volgepakt bureautje met daarachter een pokdalig mannetje met een vet snorretje en een sombere blik in zijn ogen. Ik was echter niet de enige klant. Voor mij stond een meisje dat mij vaag bekend voorkwam van achter. En toen zij het omdraaide waren we beiden verbaasd: ‘Hé, jij hier?’. We hadden elkaar sinds de lagere school niet meer gezien maar bleken dus beiden hier te studeren.

Het mannetje achter het bureau klaarde zienderogen op en vroeg met een grijns: ‘Een kamer voor twéé dames? Dat moet geen probleem zijn’ en hij begon driftig te bladeren in zijn kaartenbak.

Hij noteerde drie adressen op een vodje papier. ‘Erg goeie kamers, die eerste twee zijn daar en daar, de derde weet ik niet precies waar hij ligt, maar het moet in de buurt zijn. En dáár heb ik nooit klachten over gehad’. De subtiele nadruk op het woordje daar ontging ons niet.

De eerste twee kamers hadden we snel gevonden en afgekeurd. Dus gingen we op zoek naar nummer drie. Het adres bleek echter onvindbaar. Zelfs een inderhaast aangeschafte stadsplattegrond gaf de straatnaam niet prijs. Ten einde raad gingen we naar binnen bij een klein morsig buurtcafé. Het was er uitgestorven, op twee oude mannetjes na die aan het raam zaten te klaverjassen en op noch om keken.

Achter de toog stond een zwaargebouwde waard met een hangsnor en één oog. Het geheel maakte een zeer ongunstige indruk maar we waren moe en dorstig en bovendien was het gaan regenen. We gaven onze bestelling op en zetten ons mismoedig neer aan de bar. ‘Wat nu?’ ‘Ja, wat nu?’. De waard bekeek ons een tijdje nieuwsgierig en kon zich toen niet meer bedwingen: ‘Wat zoeken jullie met zijn tweetjes hier in de buurt?’. We keken elkaar aan, tja waarom niet? ‘We zijn op zoek naar dit adres’ zeiden we, en schoven hem het briefje toe. Verbeeldde ik het mij of schrok hij even? Na enig nadenken wees hij ons toch de weg. Het klonk niet al te ingewikkeld: straatje uit, linksaf, onder de poort door, zoveelste steegje rechts, en dan moesten we er ongeveer zijn. We rekenden af, bedankten hem en stapten de regen weer in.

De straatjes werden steeds smaller en smeriger. Het straatje waar wij moesten zijn was smal en kronkelig. De huizen waren hoog en leken zich boven de straat naar elkaar toe te buigen. Hier en daar stond een straatlantaren waarvan een enkele brandde. Er was niemand te zien. Bij het juiste huis aangekomen belden we aan. Er gebeurde niets. Net toen we op het punt stond onverrichterzake om te draaien klonk er gestommel achter de verveloze deur en opende deze zich op een kier. Eerst leek er niemand achter te staan, maar toen we omlaag keken bleek er een klein onooglijk vrouwtje vanonder een grijze sliertige haardos naar ons op te kijken. Ze sprak geen woord. Onzeker keken wij elkaar aan. ‘Wij, ehm, we komen voor de kamer’.

Het vrouwtje deed de deur verder open en wenkte ons naar binnen. Meteen achter de deur begon een vrij brede trap, belegd met een roodwollen loper met bloemmotieven. Langs de muren was donkerhouten lambrizering waarboven een licht glanzend grijs behang met vage geometrische figuren die leken te bewegen met elke stap die we naar boven klommen. Het rook er fris. Op de overloop opende het vrouwtje een deur en we stonden in een rijk aangeklede slaapkamer. Een enorm donkerhouten tweepersoonsbed domineerde de kamer, samen met enorme kasten waarvan sommige gevuld met boeken. Op de dikke gebloemde sprei lag een zwarte kat te slapen. Wij keken om ons heen, maar het vrouwtje wenkte ons een andere deur door. Weer een trap omhoog die opnieuw naar een overloopje voerde waarop één deur uit kwam. Daarachter bevond zich een identieke slaapkamer maar ook ditmaal was het niet ons doel. Door de kamer heen naar de volgende deur en weer omhoog. Ook de derde slaapkamer was niet waar we voor kwamen blijkbaar want we moesten nog verder omhoog.

Daar kwamen we in een even grote, volgepropte woonkamer. Ook hier donker houten meubilair, kasten vol boeken, dikke tapijten op de vloer. Het vrouwtje wees ons naar een comfortabele bank en verdween door een andere deur.

Even later kwam ze weer terug met een blad waarop een theepot en drie flinterdunne porseleinen gebloemde kopjes stonden. Eindelijk opende ze haar mond: ‘Eerst maar even een kopje thee, is het niet, liefjes?’. De thee was mierzoet maar we dronken het braaf op. De deur waar we doorheen gekomen waren kierde open, en de zwarte kat kwam de kamer in om zonder ons een blik waardig te keuren door de andere deur te verdwijnen. Die bleef gedeeltelijk open staan zodat ik een blik in de ruimte daarachter kon werpen.

Wat ik zag vervulde mij met verbazing. Het leek alsof ik uitkeek over een enorme uitgestrekte houten vloer die onzichtbaar verliep in een duistere verte. ‘Wat is daar achter?’ vroeg ik verbaasd. ‘Niets’, haastte het vrouwtje zich te zeggen, ‘alleen de keuken maar’. De keuken? Dat moest een enorme keuken zijn. Door nieuwsgierigheid gedreven stond ik op, op hetzelfde moment stond ook mijn vriendin op. Samen liepen we naar de deur ondanks een schril protest van het vrouwtje.

Achter de deur bevond zich inderdaad een keukentje, links in de hoek van een enorme ruimte als een fabriekshal. Het was er schemerdonker behalve een paar vlekjes maanlicht die door de daklichten naar binnenkwamen. Zware houten gebinten verloren zich hoog boven ons in het duister, de houten vloer glansde zacht in het maanlicht tot halverwege de ruimte waar het iets duisterder leek. Uit mijn ooghoekjes zag ik iets bewegen. De kat zeker, haast ik me nu mezelf te overtuigen.

We liepen naar de verduistering toe. Dat bleken donkerrode transparante draperieën te zijn die uit de hoogte omlaag hingen. Daarachter bevond zich een stenen verhoging waarop twee kandelaars stonden met druipende kaarsen erin. Ervoor lag een steen waarop een soort roestvorming leek plaats te vinden. En er stonden twee zware houten stoelen met kettingen eraan. Boven het altaar stond een ondersteboven kruis.

De draperieën aan de andere kant bewogen en even was een vage in het zwart geklede figuur zichtbaar. Toen draaiden wij ons om en vluchtten terug naar de keukendeur waar het vrouwtje een vruchteloze poging deed ons tegen te houden. Terug naar beneden vlogen we de trappen af. Ik stootte mijn schenen pijnlijk aan de zware houten bedden. In de onderste kamer aangekomen bleek de kat verdwenen te zijn. De deur zat gelukkig niet op slot en wij renden het duistere steegje door, glibberend op de natte kinderkopjes. We renden zigzag door poorten en steegjes tot we eindelijk in een verlichte winkelstraat kwamen waar bekende neonreclames van grootwinkelbedrijven ons het toppunt van geestelijke gezondheid toeschenen. We gingen elk ons weegs en zijn elkaar nooit meer tegen het lijf gelopen.

Uiteindelijk vond ik een kamertje ter grootte van een bezemkast aan de andere kant van de stad. Ooit op een zeer zonnige zomerdag heb ik nog geprobeerd het steegje met de overhangende huizen terug te vinden maar hoewel ik er dicht in de buurt moet zijn geweest kon ik noch de steeg, noch het grauwe buurtcafétje terugvinden. Misschien maar goed ook. Ik ben ook niet teruggeweest om een klacht te deponeren bij het bemiddelingsbureau. Net zomin als mijn voorgangsters die er wellicht echt niet meer toe in staat zijn geweest.

11 comments

Skip to comment form

    • ScrambleX on 3 december 2007 at 15:21
    • Reply

    Avatar van ScrambleX
    Leuk inkijkje in een hele tijd geleden :-)

    • Morgaine on 3 december 2007 at 15:49
    • Reply

    Avatar van Morgaine
    bezemkast.. herkenbaar!
    Lekker verhaal:)

    • Pas&Ivy on 3 december 2007 at 15:59
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    ScrambleX: het was een samenvoeging van waargebeurd, een droom die ik zaterdag had en elementen van Lovecraftiaanse verhalen ;-) gelukkig niet echt helemaal waargebeurd.

    Morgaine: dank je. Het was een probeersel in een andere stijl.

    (Ivy)

    • antoinette duijsters on 3 december 2007 at 16:01
    • Reply

    Avatar van antoinette duijsters
    Ivy, wat een juweel van een verhaal, alleen twijfel ik of het echt is.

    groetjes

    • Pas&Ivy on 3 december 2007 at 16:07
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Antoinette, dank je wel! Nee, het is maar deels echt, de rest is droom & fantasie.
    (Ivy)

    • Bart on 3 december 2007 at 21:36
    • Reply

    Avatar van Bart
    Ha, inderdaad erg creepy…ik moest ook denken aan een verhaal van Roald Dahl, waar een jongeman een kamer zoekt, en bij een (al te) vriendelijke oude dame uitkomt, die hem een kopje thee met slaapmiddel serveert. Er kwamen ook nog opgezette dieren in voor… :))
    Van die dingen dus!

    Mooi die beklemmende sfeer neergezet…

    • Grootzoon on 3 december 2007 at 21:42
    • Reply

    Avatar van Grootzoon
    Mooi verhaal weer! Ben blij dat mijn kamervindpraktijken niet zo verliepen ;)

    (Mag trouwens best nog een stukje Lovecrafteriaanser een volgende keer!!!)

    • Mo on 3 december 2007 at 22:44
    • Reply

    Avatar van Mo
    Getsie wat een eng verhaal zeg. Creapy!

    • Pas&Ivy on 4 december 2007 at 09:32
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Bart: van die dingen dus, ja, Roald Dahl kon er ook wat van ;-)

    Grootzoon: Niet? Ik dacht dat het jou overkomen was, tot en met de bezemkast ;-)))) Nog Lovecraftiaanser durf ik onze lezertjes niet aan te doen, maar ik heb nog wel wat in mijn hoofd zitten….

    Mo: lekker griezelen op de late avond ;-)

    Dank voor jullie reacties weer, allemaal.

    (Ivy)

    • Starry Night on 4 december 2007 at 16:28
    • Reply

    Avatar van Starry Night
    Ja, mooi geschreven. Het besef ‘that there’s something rotten in the State of Denmark’ daagt heel geleidelijk: spannend.

    • Pas&Ivy on 4 december 2007 at 16:54
    • Reply

    Avatar van Pas&Ivy
    Starry, dank! Het was leuk om zo’n verhaal te schrijven.
    (Ivy)

Geef een reactie

Your email address will not be published.