Feb 23

Oermoedergevoel

Het was een druilerige zondagmorgen. Rondom de Woon hing een herfstige geur van dorre bladeren, draadschimmel en verwording. Een geur die sterk contrasteerde met de lentefrisse droom waaruit Contrillibus zojuist was ontwaakt. Hoewel het nog vroeg was en dus nog donker, was ze toch ergens van wakker geworden.

Flarden van een droom draalden nog in haar kopje rond en hadden een warm en groots gevoel in haar binnenste achtergelaten. Ze begreep niet goed wat het gevoel betekende of waar het vandaan kwam. In haar omgeving leek niets veranderd. Vaag kon ze in het donker de verenmassa van de andere Woonbewoners onderscheiden terwijl ze zelf comfortabel in het leghokje lag. Onder haar buikveren voelde ze de zachte bolling van een zelfgelegd Ei. Somber staarde ze voor zich uit en snoof de bekende luchtjes op. Opeens veerde ze op. Daar, daar was het weer! Het luchtje uit haar dromen waarvan ze wakker was geworden! Een zweempje lentelucht kriebelde in haar neusgaten en tegelijkertijd hoorde ze in de hoge boom naast de Woon de eerste ijle klanken van een merelzang.

Langzaamaan begon het lichter te worden en hoewel uit het grijze zwerk een druilerige fijne motregennevel bleef lekken leek het licht veranderd. Het leek lichter, nieuwer. Contrillibus voelde zich opgewekter dan in maanden het geval was geweest, hoewel ze het gevoel dat zich inmiddels als een soort warm gebreid mutsje in haar linkerborstkas had genesteld nog steeds niet kon plaatsen.

Toen eindelijk de Woon openging hopte ze als eerste naar buiten en wachtte tot Zelda ook zover was. Want als er iemand antwoord kon geven op bijna alle vragen was het Zelda wel. Die dacht veel en diep na en was – naar eigen zeggen – zelfs bijna tot de formulering gekomen van de Theorie van Alles. Nadat ze Zelda de tijd had gegund haar snaveltje te spoelen en een paar maïskorreltjes te pikken bij wijze van ontbijt, lokte ze haar mee naar een hoekje van de tuin. Daar, tussen de zojuist ontloken sneeuwklokjes, begon ze omstandig uitleg te geven van haar vage droomgevoelens en de warmte die ze daaraan had overgehouden.

Zelda luisterde geduldig, krabde zich achter de oorveertjes en ging er toen eens goed voor zitten. ‘Ik weet het’, sprak ze en begon met haar uitleg. Ooit, in het Eerste Bestaan van de Woon waren er vier kippen. Nox was de Ware Leidster en Contrillibus de Eerste was haar secondant. Toen beiden waren Overgegaan hadden Hermux-Tantamoq en Zelda een geslaagd Experiment uitgevoerd. Met minuscule veerelementjes van beide kippen hadden ze twee Eieren bevrucht en uitgebroed. Merkwaardigerwijze waren er echter Drie Eieren ontstaan waaruit Noxje, Contrillibus de Tweede en Kozul Bebbecocq waren ontstaan. De laatste was een Haan, ontstaan uit de tweespalt van het Ware Leiderschap van Nox en de ochlocratie waaraan Contrillibus zich soms te buiten ging. Hierdoor was hij de Enige Leider geworden en bestond er geen rivaliteit meer onder de kippen.

Blijkbaar was er nu plaats gekomen voor een andere goede eigenschap van het Leidsterschap van Nox, het Oermoedergevoel. Waar dat eerst was opgeslokt door het hoeden van de roedel lag het nu werkeloos te wachten in het binnenste van Contrillibus.

‘Ik had al zo’n vermoeden’, zei Zelda, ‘je zit zo vaak in het leghokje eieren te verzamelen, daar moest iets achter zitten’.

‘Dat is het!’ riep Contrillibus verheugd. ‘Dat is wat ik droomde! Ik scharrelde door de tuin met een roedeltje kuikentjes om me heen. Daardoor voelde ik me zo warm en ruim!’ Meteen veerde ze op en haastte zich terug de Woon in. Daar lag nog het ei van gisteravond, maar het was niet meer alleen. Vlak naast het lichtbruine gespikkelde ei wat Contrillibus zelf met veel moeite had gelegd lag een klein, bijna rond wit eitje van Noxje. Voorzichtig liet ze zich op de twee eitjes zakken, gereed om haar taak als Moeder op zich te nemen.

Intussen was Zelda in grote twijfel achtergebleven. Een Oermoedergevoel, alles goed en wel. Maar zijzelf en haar zusjes hadden daar nooit last van gehad. En ook kleine Noxje leek geheel verstoken wat dit soort instincten. Maar bij Contrillibus was het blijkbaar menens. Dat gaf echter grote complicaties. De tuin rondom de Woon herbergde vele gevaren. Zo waren er de drie stuiterende Poefjes. Zelda had al vaak gezien hoe ze met een kikker speelden. Gelukkig werd die meestal gered door een van de Mensen die naar buiten renden zodra ze een kikker hoorden gillen om hem snel uit de klauwen van het poefjesgevaar te redden. Met de fiffen liep zo’n speelpartijtje meestal slechter af. De poefjes konden er natuurlijk niets aan doen dat ze waren opgevoed met Wuppies en Wellepies, maar die leken qua uiterlijk verdacht veel op kuikentjes. En Zelda had vaak de uit elkaar gereten restjes van Wuppies in de tuin gevonden. Ze moest er niet aan denken wat het lot van pluizige kippenkuikens zou zijn. En dan nog. Stel dat ze het wel overleefden? De Woon was vol, zoals het nu was. Meer kippen hoefden er echt niet bij en wat te denken van meer Hanen?

Nee. Ze kon het Oermoedergevoel van Contrillibus niet wegnemen. Het was haar Recht, om zo te zijn zoals ze was. Maar het uitbroeden van de eieren moest tot elke prijs voorkomen worden.

Ze piekerde over de aanpak van dit probleem maar er wilde haar geen oplossing te binnen schieten. De uren verstreken en het begon alweer een beetje te schemeren. Zelda hopte als laatste de Woon binnen en nestelde zich in het stro naast het leghokje, waar Contrillibus broedstevreden voor zich uit lag te soezen.

Toen klonk buiten een bekend geluid. Het rammelen van het etensblik vergezeld van het geklos van klompen. De achterdeur van de Woon ging open en de Verzorgster vulde het voerbakje, intussen de kippen geruststellend toesprekend. Toen gebeurde er een wonder! Vriendelijk mompelend tegen Contrillibus stak de Verzorgster voorzichtig haar hand onder het kontje van Contrillibus. Nauwelijks door haar opgemerkt sloot de hand zich om de twee warme eieren en nam ze mee. Contrillibus leek het niet erg te vinden. Morgen zou ze weer een ei leggen en ook Zelda voelde een lichte Aandrang.

Zoals gewoonlijk had het Probleem zichzelf dus opgelost. In het volste vertrouwen dat de Verzorgster niet zou falen stopte Zelda haar kopje tevreden tussen haar vleugelveertjes.

Het Oermoedergevoel zou blijven, dat hoorde nu eenmaal bij het wezen van Contrillibus, en zij mocht het ook tot haar Taak rekenen de eieren te behoeden. Maar van een nest kuikentjes zou het wel nooit komen.

10 comments

Skip to comment form

    • antoinette duijsters on 23 februari 2009 at 15:34
    • Reply

    Avatar van antoinette duijsters
    Wat een mooi verhaal en het sluit zo goed aan bij de Nox verhalen. Echt van genoten.

    • Catharina Anna Maria on 23 februari 2009 at 15:37
    • Reply

    Avatar van Catharina Anna Maria
    Geen kuikentjes? Wat jammer…

    • marijke on 23 februari 2009 at 15:51
    • Reply

    Avatar van marijke
    :) wat een lief verhaal

    • Ivy (Heyta) on 23 februari 2009 at 16:33
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Antoinette, dank je wel. Contrillibus loopt nu weer buiten rond te hopsen, de broedsigheid is meteen weer over ;-)))

    Catharina: snif, ik vind het ook zielig. Maar ik zie steeds die Wuppies, dus dan weet ik het wel.

    Marijke: dank je!

    • Terracidus on 23 februari 2009 at 17:45
    • Reply

    Avatar van Terracidus
    ‘Rondom de Woon’ – ‘… eindelijk de Woon openging …’ – ‘De Woon was vol’… En ik maar denken: de woon, waar ken ik dat woord van? Na veertien minuten deze versregels:
    "… als mijn ziel uit d’ aardse woon
    opklimt tot des rechters troon,
    rots der eeuwen, in uw schoot,
    berg mijn ziele voor den dood."
    Een of ander kerkelijk gezang uit een vorig leven.’k Ken het nog steeds!
    Groetend, T.
    PS. Onze krielen lopen nu ook al een paar dagen rondom het huis te zoeken naar een mooie nestplaats..

    • Ivy (Heyta) on 23 februari 2009 at 20:29
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Terracidus: en dat borrelt zomaar weer in je op???
    Ik moet in onze tuin ook regelmatig de hoekjes af, dan hebben ze opeens ergens een ‘nestje’. En ik maar denken dat ze van de leg zijn….

    • Bart on 23 februari 2009 at 21:28
    • Reply

    Avatar van Bart
    Er hangt al een beetje lente in de lucht…ik snoof het ook al op, gisteren en vandaag, ondanks eigenlijk het nog altijd gure winterweer (vind ik tenminste…) :~)
    Fijn, weer een ‘Nox-verhaal’ na lange tijd! :)

    Hartelijke groet, Bart

    • Ivy (Heyta) on 23 februari 2009 at 21:36
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Bart: ja, heerlijk he? Lente in de lucht.
    Het is moeilijk de Nox-sfeer weer te pakken te krijgen, maar we doen ons best ;-)

    • Kokopelli on 23 februari 2009 at 22:28
    • Reply

    Avatar van Kokopelli
    @Ivy: Het doet me zeer veel deugd om weer eens een klassiek Nox verhaal te kunnen lezen. Ik ben aangenaam verrast zoals je zult begrijpen ;-)))

    Krijgen we morgen dus weer heerlijke eitjes bij het ontbijt?

    • Ivy (Heyta) on 23 februari 2009 at 22:40
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Koko: dank je!
    Ik heb nog wel een voorraadje eitjes onder Contrillibus uitgehaald, dus wie weet….

Geef een reactie

Your email address will not be published.