Jan 29

de ijsvogel

Vervolg op het verhaal ‘de knoop in de boom’
 
Haar ogen hadden de kleur van de ochtendlucht, lichtend blauwgrijs. Met zijn mond open bleef Garmt geknield zitten kijken, onbewust van het feit dat hij een van de eieren in zijn hand had stuk geknepen zodat het struif langs zijn vingers droop. Toen liet het wezen een lachje horen als het geluid van een klaterende beek. Onhandig begon Garmt op te staan en veegde zijn handen af aan zijn boezeroen, waardoor het ei in zijn andere hand ook brak. Weer die klaterende lach, en toen vroeg het meisje – want dat was het eigenlijk, een jonge vrouw, een meisje nog, en niet eens zo eindeloos lang als hij had gedacht, met blond haar dat goud glansde in de zon – ‘mag ik wat van je eieren kopen, voordat je er allemaal omeletten van hebt gemaakt?’ Stom knikte Garmt en terwijl het meisje zich boog over de mand met eieren om er een handvol uit te zoeken hervond hij zijn gemoedsrust weer een beetje. ‘Wat verkoop je nog meer?’ vroeg het meisje vriendelijk. ‘Huh’ zei Garmt, en wees op de houten nappen en de schapenkaas. Het meisje zocht een kaasje uit en vroeg toen naar de prijs. Daar moest Garmt erg diep over nadenken. Het liefste had hij haar alles wat hij bezat cadeau gedaan maar uiteindelijk, na een paar keer flink slikken, vroeg hij één stuiver. Het meisje betaalde en draaide zich om, nadat zij haar klaterende lachje nog een keer had laten klinken.
 
Garmt bleef haar nastaren tot ze in de menigte verdween. En toen dacht hij haar nog even te zien, terwijl ze de hoek omsloeg tussen twee hoge stenen huizen. En hij wist zeker dat ze naar hem glimlachte.
 
De rest van de dag ging in een roes voorbij en het was alweer bijna donker toen Garmt de terugreis aanvaardde. Zijn korven waren leeg en in zijn zakken rammelde het geld dat hij had verdiend.
 
En zo bleef het gaan. Elke week, als Garmt zijn waren net had uitgestald, kwam het meisje en kocht eieren en kaas bij hem. Het kruidenvrouwtje naast hem lachte en knikte als zij zag hoe Garmt opleefde zodra het meisje in zicht kwam. Schuchter had hij bij haar al eens geïnformeerd of zij wist wie het was. Het vrouwtje had op haar beurt weer navraag gedaan, heel voorzichtig, en was er zodoende achter gekomen dat het meisje Grethe de dochter was van de rijkste man van het dorp. Ze was bijna zestien en dit voorjaar teruggekeerd van een lang verblijf op verschillende kostscholen waar zij had leren lezen en schrijven en andere nuttige zaken die een toekomstige vrouw van adel zou moeten kunnen. Want haar vader had grootse plannen met haar en wilde dat zij zou trouwen met de zoon van de Heer van Doorwerth. Dat laatste vertelde het kruidenvrouwtje niet aan Garmt.
 
Toen brak er een marktdag aan zonder dat het meisje op bezoek kwam. Garmt werd steeds ongeduriger naarmate de dag vorderde en het kruidenvrouwtje bekeek hem medelijdend. Maar toen de markt bijna ten einde was, zag hij toch opeens een bekende gestalte over het plein schrijden. Met haar klaterende lachje begroette zij hem en hij schaamde zich dat hij bijna geen waren meer overhad. Nog drie eieren lagen in de mand en een klein kaasje dat tot nu toe door alle vrouwen was afgekeurd. Maar zij nam het dankbaar in ontvangst en betaalde graag de drie centen die hij vroeg.
 
En toen zei ze iets vreemds. ‘Mag ik een stukje met je meelopen? Ik ben nog nooit in het bos of bij de beek geweest en het is zo’n prachtige avond’. En dat was het inderdaad. De geuren van de Meimaand hingen zwaar in de warme lucht, de vogels zongen en de beuken liepen al uit in hun mooiste lichtgroene lentetooi.
 
Zo liepen ze samen door het bos langs de beek, waar de oude stammen van het vorig jaar al werden overwoekerd door de nieuwe beukestammetjes die het bos van de toekomst vormden. Het meisje vroeg honderduit over de bomen en de dieren en de sporen die ze tegenkwamen en Garmt, die van zichzelf nogal zwijgzaam was, merkte dat haar belangstelling oprecht was en begon zodoende steeds meer te vertellen over het bos en over zijn leven aan de rand van de hei.
 
Opeens slaakte het meisje een gil. Een felblauwe flits vloog vlak voor hen over het pad. ‘Een ijsvogel!’ riep Garmt verheugd. ‘Het brengt geluk ze te zien, ze zijn heel schuw en behoren volgens sommigen tot het verborgen volkje. Laat ons kijken of we hem terug vinden’. En in zijn overmoed pakte hij haar hand en leidde haar naar het strandje langs de beek.
 

 
Samen gingen ze zitten op de omgevallen boomstam en terwijl de zon langzaam zakte achter de bomenrij aan de overkant van het dal zwegen zij. Toen zagen zij de ijsvogel zitten op een tak en hij dook en kwam met een spartelende vis weer boven. Het meisje zuchtte diep en stond toen op. ‘Ik moet gaan, ze zullen niet weten waar ik blijf. Ik zie je volgende week weer!’ En verdwenen was zij, tussen de stammen.
 
De volgende week zorgde Garmt ervoor dat hij was voorbereid op haar late komst. Zijn mooiste kaasje verstopte hij onder zijn korf, de meest verse eieren liet hij onder in de mand liggen. En toen de markt bijna sloot kwam weer het meisje en ze was verrukt van zijn zorgzaamheid. Weer liepen ze samen door het bos en als vanzelf kwamen ze uit op het zandstrandje.
 
Dat ging zo, elke marktdag van de lange warme zomer. Hoe langer het licht bleef, hoe langer het meisje ook bij Garmt bleef en ze hadden elkaar lief daar op dat kleine zandstrand. Maar toen de herfst weer begon in te vallen werd hij bang. Zou ze hem nog wel willen zien als het koud werd en regenachtig en er geen gelegenheid was om in het warme zand te liggen. Op een van de laatste warme herfstdagen nam hij haar gezicht in zijn handen en zwoer haar eeuwige trouw. En om te bewijzen dat het hem serieus gemeend was, legde hij een knoop in de soepele stam van een jong beukenboompje dat aan de rand van het strandje stond en sprak woorden van liefde.
 
De weken daarna was het echt herfstweer en hoewel het meisje soms meeliep tot de rand van het bos hadden ze niet veel tijd meer om samen door te brengen. En toen brak de laatste marktdag aan en moest Garmt voor lange tijd afscheid van haar nemen.
 
De winter begon vroeg en de eerste sneeuw was al gevallen toen het meisje alleen het pad langs de beek op liep. Bij het jonge boompje aangekomen knielde zij moeizaam neer en terwijl zij een hand op haar buik legde scheurde zij een reepje kant van haar jurk af. Met de doorn van een vlakbij staande braamstruik prikte zij in haar duim en liet een druppeltje bloed op de witte stof vallen. Toen vlocht zij het lapje stof door de kronkels van het stammetje en sprak gefluisterde woorden. Met tranen in haar ogen stond zij weer op en liep de lange weg terug.
 
De wolven kwamen en roken aan het stukje stof, maar hoewel de bloedgeur sterk was lieten zij het met rust. En zelfs de muizen die altijd op zoek waren naar zachte materialen voor hun nest bleven van het lapje af. De sneeuw bedekte het boompje bijna tot de kruin en toen kwam er niemand meer in het bos.
 
 
Wordt vervolgd
 
Ivy

19 comments

Skip to comment form

    • antoinette duijsters on 29 januari 2010 at 18:26
    • Reply

    Avatar van antoinette duijsters
    Ivy, wat een mooi verhaal en het ijsvogeltje, komt het nog een keer langs.
    Maar ik heb een voorgevoel, dit kan niet goed aflopen.

    • Ivy (Heyta) on 29 januari 2010 at 18:41
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Antoinette: morgen het einde ……
    Dank je!

    • Elise van Schouwenburg on 29 januari 2010 at 19:02
    • Reply

    Avatar van Elise van Schouwenburg
    Mooi. Romantisch. Dus ik verwacht wel dat het goed afloopt. dat ze elkaar vinden.

    • Ivy (Heyta) on 29 januari 2010 at 19:03
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Elise: wacht maar af…. ;-))

    • Bart on 29 januari 2010 at 19:12
    • Reply

    Avatar van Bart
    …ben benieuwd naar het vervolg van het verhaal met de knoop in de boom…laten we maar duimen voor een goede afloop…mooi geschreven, Ivy! :)

    Groet Bart

    • coby on 29 januari 2010 at 19:20
    • Reply

    Avatar van coby
    Ik had gisteren gemist, dus ik had voor vandaag onverwachts twee delen van je verhaal!
    Het leest als een trein, en mooi geplaatst in de tijd van toen. Ik zie het voor me.
    Ik kijk uit naar morgen, durf geen voorspellingen te doen..

    Hartelijke groet, Coby

    • Ivy (Heyta) on 29 januari 2010 at 19:42
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Bart: dank je. Wacht maar tot morgen zelfde tijd. Het lijkt wel een estafettereeks ;-))

    Coby: Ik heb een soort heimwee naar die tijd. Hoewel het leven toen vast geen pretje was…..
    Zie je morgen weer ;-))

    • Pierra on 29 januari 2010 at 21:22
    • Reply

    Avatar van Pierra
    Fijn om te lezen. Ook mooi dat de ijsvogel er in verweven zit. Die brengt geluk, dus toch een goed afloop?

    • Ivy (Heyta) on 29 januari 2010 at 21:45
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Pierra: ik mag het hopen …

    • paco painter on 30 januari 2010 at 08:35
    • Reply

    Avatar van paco painter
    Moet wel goed aflopen natuurlijk

    • Appelvrouw on 30 januari 2010 at 10:49
    • Reply

    Avatar van Appelvrouw
    Als een film van Zang Yimou.

    • Fleur on 30 januari 2010 at 11:11
    • Reply

    Avatar van Fleur
    Nol in ut bos.

    • Fleur on 30 januari 2010 at 13:52
    • Reply

    Avatar van Fleur
    Eens had ik een kokerrok,ultra kort,je zag mijn mooie bovenbenen schudden,zei hij.
    En een fel turquoise coltrui.Ijsvogel.
    Memories….

    • Ivy (Heyta) on 30 januari 2010 at 15:14
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Paco: moet dat?

    Appelvrouw: nooit van gehoord maar ik kan me er wel iets bij voorstellen.

    Fleur: vlakbij! Quadenoord ;-))

    Fraaie memories. In een kokerrok door het bos,…..

    • Ivy (Heyta) on 30 januari 2010 at 15:15
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Voor degenen die willen weten hoe het afloopt: vanavond om 18.18 ……

    • Fleur on 31 januari 2010 at 17:55
    • Reply

    Avatar van Fleur
    Nee niet in het bos,op de chaise longue.
    Hij zag enkel mijn dijen als ik zat,was niet zo kort,als hij dacht.Ofschoon…
    Wens was de vader van de gedachten.
    Was prachtig.
    Gun ik jou ook,een lekkere dartele onbevlekte en ongerepte hinde.
    Zal ik meegaan op versiertocht?
    AJA jottem,let`s go go go!!!

    • Ivy (Heyta) on 1 februari 2010 at 10:55
    • Reply

    Avatar van Ivy (Heyta)
    Fleur: ik ga niet op versiertocht, veels te koud met die sneeuw.

    • Fleur on 1 februari 2010 at 11:21
    • Reply

    Avatar van Fleur
    Laten we dan gaan,als de kraanvogels vliegen,Schatz?

    • Linda Morgan on 6 februari 2010 at 13:29
    • Reply

    Avatar van Linda Morgan
    Mooi verhaal! Vervolgverhalen hebben toch meer mogelijkheden vind ik, qua expressie…

Geef een reactie

Your email address will not be published.