Oct 30

een verdwenen uur

Zojuist heeft de torenklok twee uur geslagen. Zij zit nog natrillend van woede op haar bed als ze beneden gemorrel aan de deur hoort. Met een zwaai gooit ze haar ravenzwarte haar naar achteren. Nou moet hij niet denken dat ze meteen naar beneden gaat om hem binnen te laten! Ze is te zwaar beledigd. Hoe durfde hij? Het was zo’n gezellig feest. Vampiers dansten met halfvergane lijken, heksen met skeletten. Dus waarom moest hij dat nou verpesten. En waarom lachten zijn vrienden zo hard met hem mee?

Weer klinkt er gemorrel aan de deur. ‘Ik wens je een langzaam bloederig einde toe!’ roept ze. Dan staat ze toch op en loopt de trap af. Haar vleermuisvleugels haken onhandig achter de trapleuning.

Door het matglas ziet ze een gestalte in een Draculamantel staan. Dus toch. Hij heeft spijt gekregen. Maar als ze de deur open doet schrikt ze. De gestalte is weliswaar gehuld in een lange zwarte mantel, maar daar houdt elke gelijkenis op. Hij draagt een breedgerande zwarte hoed. In de schaduw ervan meent ze één oog te zien glinsteren.

Hoewel ze hem meent te herkennen, kan ze zich niet herinneren hem op het feest te hebben gezien. Ze wil alweer achteruit lopen en de deur in zijn gezicht sluiten als hij begint te spreken: ‘ik heb je wens gehoord en neem aan dat je wilt zien waar dat toe leidt. Volg mij.’ Zonder op antwoord te wachten draait hij zich met een sierlijke zwaai van zijn mantel om en loopt het tuinpad af.
Onwillekeurig volgt zij hem. Hij slaat linksaf, de donkere straat in. Op weg naar het parkje met de kinderspeelplaats. In het donker ziet alles er anders uit. De bomen lijken hoger, ouder, terwijl ze met kronkelende takken naar het vale maanlicht reiken dat af en toe tussen een wolkenflard schijnt. Even meent ze de schaduw van een grote uil te zien. Raven krassen in de lucht boven haar.

De behoedde gestalte bukt zich voor het houten kinderspeelhuisje. De opening is donker, grotachtig. En als zij hem volgt ruikt ze een vochtige koude lucht en iets anders. Zwavelachtig. Onder zijn mantel vandaan haalt de gestalte een lantaarn in de vorm van een grijnzende pompoen. In het oranje licht vluchten vleermuizen krijsend weg. Ze onderdrukt een kreet en volgt het licht.

Het lijkt alsof ze een onderaardse gang volgen. Hier en daar worden de wanden en zoldering gestut door ruw houten balken. De gang loopt schuin omlaag. Na wat een eindeloze tijd lijkt hoort ze water druppen.

De gang verwijdt zich tot een hoge ruimte waarvan ze de wanden en het plafond niet meer kan zien. De zwavellucht wordt sterker, gemengd met een andere geur. Grondiger, metaalachtig. Het gedrup klinkt nu luider.
De gestalte voor haar doet een stap opzij en richt zijn lantaarn op een voorwerp dat in de verte, in het duister hangt. ‘Kijk!’, roept hij. ‘Je wens is uitgekomen. Wil je ook de anderen zien?’

Ze werpt één blik op het van bloed druipende, aan de zoldering bungelende lichaam en begint te gillen. Blindelings draait ze zich om en rent. Terug door de gang. De vleermuizen fladderen om haar hoofd. Sommigen raken verward in haar haren. Haar eigen vleugels scheuren in de vlucht. Eindelijk bereikt ze weer de buitenlucht. Snakkend naar adem kijkt ze om zich heen. Ze herkent een schommel en een glijbaan die spookachtig in het maanlicht staan. De ketting van de schommel piept onheilspellend terwijl ze er langs snelt.

Braamstruiken schrammen haar benen en de spinraggen plakken aan haar gezicht als ze dwars door de struiken heen de weg weer bereikt. Het vertrouwde licht van een gewone straatlantaarn doet veilig aan. Half snikkend strompelt ze haar eigen tuinpad op. De deur staat nog open. De uitgeholde pompoenen aan weerskanten van de deur bespotten haar. De plastic spin in zijn gazen spinnenweb wiebelt in de wind.

Met een klap slaat ze de voordeur achter zich dicht en rent met twee treden tegelijk de trap op.

De torenklok slaat twee uur. Nog natrillend van emotie zit ze op de rand van haar bed  als ze beneden gemorrel aan de deur hoort.

Ze verstopt haar hoofd onder haar kussen en smoort een kreet. Dan klinkt er weer gemorrel. En een stem. Een vertrouwde stem. ‘Wil je alsjeblieft open doen? Het spijt me!’

Langzaam loopt ze de trap af. De flarden van haar vleermuisvleugels haken onhandig achter de trapleuning. Door het matglas ziet ze een gestalte in een Draculamantel. Ze opent de deur. Zijn ogen glinsteren in het maanlicht dat tussen de wolkenflarden schijnt. Als ze zich in zijn armen werpt, slaakt hij een verraste kreet. ‘Ik dacht dat je nog boos was. Het spijt me zo’, mompelt hij in haar haar.

‘Ik heb een uur in het park gezeten, met mijn vrienden. En we zijn tot de conclusie gekomen dat het niet aardig van ons was om te lachen, om wat ik zei. Maar wat heb jij al die tijd gedaan? En wat zie je er uit!’ Hij duwt haar van zich af en bekijkt haar van boven tot onder. De spinnenwebben, de schrammen, de gescheurde kleren. ‘Dat wil jij echt niet weten. Ik ben zo blij dat je er nog bent. Ik dacht dat er iets ergs was gebeurd. Maar zul je het nooit meer zeggen?’

‘Nee, echt niet. Ik zal nooit meer zeggen dat je huilliehuillie doet.’

In de verte krast een uil.

10 comments

Skip to comment form

    • Grutte Pier on 30 oktober 2010 at 22:47
    • Reply

    Avatar van Grutte Pier
    Ja… en uuuh… nou… tsjonge… maar had ze… nee…. alhoewel… het kan ook…. neeeuuuhhh… dus…. maar….

    Prachtig!

    • Bart on 31 oktober 2010 at 00:12
    • Reply

    Avatar van Bart
    Een gedenkwaardige Halloweennacht, met dat geheimzinnige missende uur…
    En dat h-woord wil ik óók nooit meer horen… ;-)

    Buiten daalt intussen langzaam maar zeker de mist neer…brrrrrrrr…..

    • antoinette duijsters on 31 oktober 2010 at 08:53
    • Reply

    Avatar van antoinette duijsters
    Prachtig verhaal Ivy, echt een verhaal dat bij Halloween hoort, van genoten.

    • Bart on 31 oktober 2010 at 09:01
    • Reply

    Avatar van Bart
    Wakker met watten in mijn hoofd…
    Maar…hoe laat is het nou?
    Waar is dat uur gebleven…huh?! :-)

    Ja, een mooi Halloweenverhaal, Ivy – en het duurt nog de hele dag, fijn!

    • Zilvertje. on 31 oktober 2010 at 09:36
    • Reply

    Avatar van Zilvertje.
    Het verdwenen uur heb ik graag gelezen.

    • Trektocht on 31 oktober 2010 at 11:41
    • Reply

    Avatar van Trektocht
    Mooie link met de foto, het verhaal gaat dat tijdens de kruisiging van Jezus de tijd even stil heeft gestaan, de duisternis intrad en de "voorhang" in de tempel scheurde!

    • Heyta (Ivy) on 31 oktober 2010 at 13:08
    • Reply

    Avatar van Heyta (Ivy)
    Grutte: dat had ook gekund natuurlijk, maar …. dus bedankt ;-))

    Bart: ik zal het nóóit meer zeggen ….

    Antoinette: thankx

    Bart: dat vraag ik me nou ook al de hele tijd af. Volgens mij kun je de perfecte moord plegen ofzo, in dat uur. Toch? Alibi klopt enzo….
    Fijne halloweendag verder.

    Zilvertje: dankje, ik heb het ook met plezier geschreven.

    Trektocht: daar zeg je wat, daar had ik niet eens aan gedacht. Zo zie je maar, dat er altijd meer uit een verhaal tevoorschijn komt dan dat je er in stopt.

    • Bart on 31 oktober 2010 at 13:24
    • Reply

    Avatar van Bart
    Ja, duizelingwekkend veel mooie plots zijn er volgens mij ook te bedenken, voor een perfecte moord in ‘het verdwenen uur’………wát een alibi-mogelijkheden, wow! ;-))
    Dankjewel!

    • Appelvrouw on 1 november 2010 at 10:27
    • Reply

    Avatar van Appelvrouw
    Ivy!

    Je schrijft betere horrors dan ik ooit gelezen heb.
    Nu moet ik nog aan mijn middagslaapje beginnen.
    Alle andere bloggers die ik wil volgen moeten maar wachten, dit moet ik even verwerken.

    • Heyta (Ivy) on 1 november 2010 at 11:11
    • Reply

    Avatar van Heyta (Ivy)
    Bart: ideetje voor een themablogdag volgend jaar, als de tijd weer omschakelt van zomer-naar winter? Want andersom werkt het niet natuurlijk, dan ben je echt een uur kwijt waarin je niets kunt vermoorden.

    Appelvrouw: dank voor dit geweldige compliment!! Ik hoop dat je toch nog kunt slapen…..

Laat een reactie achter bij Appelvrouw Reactie annuleren

Your email address will not be published.