Nov 05

Heksendans: het begin

Aan de voet van de Duivelsberg ligt een drietal donkere poelen. Nog niet zo lang geleden zou je ze ongezien gepasseerd zijn want ze liggen een eind van het pad af. Hoge bomen bogen zich eroverheen en spiegelden hun kronkelende takken in het zwarte wateroppervlak. Dikke lagen gevallen blad en modder hadden zich in de poelen verzameld en het onkruid tierde welig aan de oevers. Totdat Staatsbosbeheer besloot de natuur te herstellen. De bomen werden gekapt, het onkruid geschoffeld en de modder werd uit de poelen geschept en verspreid over de omliggende bosgrond.

 Het prozaïsche verhaal wil dat de poelen door mensenhanden zijn gegraven. Volgens het nieuw geplaatste bordje van Staatsbosbeheer uit behoefte aan leem voor potten of dakpannen. Niet duidelijk is of dat gebeurd is in de 19e eeuw, tijdens de Middeleeuwen of al in de Romeinse tijd of nog eerder.

 Er zijn echter ook andere verhalen in omloop over dit gebied. Duistere verhalen. Niet voor niets heet de plek ‘de Heksendans’. En er sluimerde meer onder het wateroppervlak dan modder alleen. En iets is gewekt en losgelaten in de wereld. En het heeft honger…..

26-dec-Heksendans03De smalle asfaltweg voert eerst door het dorp, wordt dan een holle weg tussen hoge beuken en kastanjebomen en duikt vervolgens met een scherpe bocht naar beneden. De bomen maken plaats voor glooiende grashellingen, links en rechts, met een paar verspreid staande huizen die tegen de hoge bosrand staan.

Een van die huizen zou zij nu dus ‘thuis’ moeten gaan noemen. De omgeving is mooi, dat moet zij toegeven. Maar als ze het huis naderen kan zij een huivering niet onderdrukken. Het staat bovenaan het hellende grasveld. De lage herfstzon werpt lange schaduwen zodat het huis al in het donker staat, terwijl het nog geen twee uur is. Het huis zelf oogt somber, zoals het daar met gesloten luiken ongenaakbaar naar de overkant staart. Die overkant baadt nog wel in het zonlicht, de twee lage witte villa’s die daar staan zien er een stuk aantrekkelijker uit.

Lydia zwijgt terwijl Peter de Volvo met een zwierige draai het grindpad op stuurt en achter het huis tot stilstand brengt. Daar staat ook de verhuiswagen al. Op de neergelaten laadklep zitten twee verhuizers een sjekkie te roken terwijl de andere twee de reeds uitgeladen dozen en meubels naar binnen sjouwen. ‘Hier is het dan’, zegt Peter opgewekt terwijl hij het contactsleuteltje omdraait. Een diepe stilte daalt neer, slechts verstoord door de slaperige stemmetjes van de kinderen. ‘Waar zijn we nou?’ vraagt de vijfjarige Emma. ‘…nou?’ echoot Robin van twee. ‘Thuis!’ antwoordt Peter en tilt de kattenmand uit de achterklep. ‘Wat doen we met Spooky? Eerst maar even laten wennen of …’

‘Niet opendoen!’ roept Lydia en hoort zelf hoe schril haar stem klinkt. ‘Even wachten tot de verhuizers weg zijn zodat hij rustig de boel kan verkennen.’  Peter zet de mand weer terug en begint de hevig spartelende Emma uit haar stoeltje te bevrijden. Lydia stapt met een zucht uit en staart naar het huis. Het zou romantisch ogen, als het niet zo donker was: de achterkant van het grijsgepleisterde huis is voorzien van een ouderwetse witte veranda. Aan deze kant van het huis staan de luiken en de deuren open, maar de bosrand ligt donker en geheimzinnig – griezelig – vlakbij.

Peter heeft inmiddels ook Robin bevrijd en loopt met beide kinderen aan de hand naar Lydia toe die nog steeds naar het huis staart. Gedachteloos neemt ze Robin op de arm en laat zich door Peter naar het huis leiden. Emma huppelt en rukt zich bijna los om de beukenootjes en kastanjes die op het terras liggen op te rapen. ‘Knijn!’ roept ze opeens en inderdaad, daar zit een live-versie van haar lievelingsknuffel op het randje gras tussen het terras en het dichte bos. Het zit rechtop en staart met grote ogen in het rond. Dan draait het zich om en is met enkele langzame hupjes uit het zicht verdwenen.

Binnen is het koel en donker. Weer huivert Lydia en even meent zij wuivende spinnenwebben aan het plafond te zien; afgebladderd behang en vochtplekken, kromgetrokken krakende vloerplanken waar de zwammen zich een weg doorheen gebaand hebben. Maar het enige gekraak komt van de luiken die Peter met een ferme zwaai opent. Daglicht stroomt binnen in een ruime kamer met glanzend parket en hoge, fraai bewerkte plafonds. Haar eigen meubels staan een beetje bedremmeld in een hoekje. Ze voelen zich hier duidelijk nog niet thuis, ruw weggerukt uit hun veilige bestaan in een vinexwijk.

*

Het was snel gegaan. Zes maanden geleden werd Peter opeens overgeplaatst naar het oosten van het land. En toen zij een maand later wegens reorganisatie haar parttime baan kwijtraakte was er eigenlijk niets meer wat hen aan de Randstad bond. Behalve dat het zo moeilijk leek op stel en sprong een ander huis te vinden. Elk weekend zochten ze op Funda, maar de huizen die leuk leken waren te duur en de betaalbare huizen lagen in minder goede buurten. Totdat Peter via een collega gewezen werd op dit huis. Het stond niet via een makelaar te koop, vandaar dat het ook niet op internet tevoorschijn kwam. De collega was een beetje vaag in het hoe en waarom het huis zo goedkoop was, maar na één bezoekje was Peter enthousiast. Het was in bijzonder goede staat, bevatte ruim voldoende kamers. De badkamer en keuken waren fonkelnieuw en de enorme tuin grensde rechtstreeks aan het bos. Dat was wel even wat anders dan hun gehuurde rijtjeswoning: smalle straten, kleine tuintjes en nauwelijks voldoende ruimte binnen. Nadat Lydia de foto’s had gezien die Peter met zijn mobiel had gemaakt hoefde ze niet lang te aarzelen. Vandaar dat Peter de koop snel in orde maakte en zij intussen de verhuizing ging regelen. En nu lag daar dan dus hun huis. Hun nieuwe thuis …..

*

De meubels en dozen staan binnen, de slaapkamers zijn zover ingericht dat ze in elk geval kunnen slapen en de verhuizers zijn vertrokken na een paar biertjes en een kop koffie voor de chauffeur.  Lydia veegt een paar vochtige lokken achter haar oren en zakt dankbaar op de bank met een glas rode wijn. Dan laat Spooky een verongelijkt ‘mrauw’ horen vanuit zijn mand. ‘Nu mag hij wel vrij, toch?’ vraagt Peter terwijl hij opstaat. Op hetzelfde moment wordt er op de achterdeur geklopt.

In het avondlicht is alleen een silhouet te zien: een krom oud baasje met een stok in zijn hand en een mand aan zijn arm. ‘Bezwaar als ik even aankom?’, vraagt hij beleefd terwijl hij zijn pijp uit de mond neemt. ‘Ik kom van de overkant en moeders heeft een pannetje soep voor de nieuwe bewoners gekookt. Ze is slecht ter been, vandaar dat ze zelf niet meekomt maar als jullie de soep op hebt ben je welkom voor een biertje of iets anders.’  Sprakeloos neemt Lydia de mand in ontvangst. Zoiets heeft ze nog nooit meegemaakt, zo’n welkom voor een nieuwe bewoner. Peter heeft de tegenwoordigheid van geest om hem hartelijk te danken en belooft om later op de avond langs te komen. ‘Nummero dertien’,  zegt de oude heer, en maakt rechtsomkeert.

*

De buitenlamp naast de keukendeur werpt een cirkel van licht over het terras en het randje gras, maar is niet sterk genoeg om de bomen die daar buiten staan te verlichten. De soep was heerlijk geweest en nadat ze de kinderen naar bed hadden gebracht is Peter naar de overkant vertrokken om de lege pan terug te brengen en ‘misschien nog even een biertje te drinken, voor de beleefdheid’. Lydia heeft de buitenlamp aangestoken en is met een glas wijn op de bank naast de keukendeur gaan zitten. Het is een zachte avond zonder wind en het zou doodstil kunnen zijn als er niet allerlei vreemde geluiden uit het bos zouden klinken: geritsel in de takken, een steelse tred door de eerste afgevallen bladeren, de kreet van een uil en het zoeven als er een vleermuis langs scheert. Na een tijdje heeft Lydia het wachten opgegeven. Ze wordt onrustig van al dit vreemde en hoewel het haar tegenstaat om in haar eentje het huis binnen te gaan durft ze niet langer op Peter te wachten. Het ‘even’ is inmiddels flink uitgelopen. In de keuken ziet ze de klok van de magnetron overspringen op middernacht, terwijl hij om negen uur was vertrokken. Ze besluit het licht buiten aan te laten en alvast naar bed te gaan. De inmiddels lege wijnfles zet ze op het aanrecht. Ze roept Spooky, maar die laat zich niet zien. Die heeft waarschijnlijk de tijd van zijn leven met alle muizen, egels en konijnen die hij tegenkomt. Ze hoopt alleen maar dat hij zijn prooi niet mee naar binnen zal nemen.

De trap kraakt en een vaal licht schijnt naar binnen via het raam van de overloop. Op de tast vindt ze de slaapkamerdeur. Stom dat ze niet van tevoren het licht heeft aangestoken. In het donker weet ze in deze vreemde omgeving de lichtknopjes nog niet te vinden. Gelukkig schijnt de maan ook in de slaapkamer naar binnen zodat ze vaag de omtrek van haar nachtkastje ziet waarop een lampje staat dat al is aangesloten.

Ze aarzelt even of ze nog zal gaan douchen maar iets houdt haar tegen om dat in dit onbekende en niet afgesloten huis te doen. Ze hoopt maar dat Peter snel thuis komt.

Ondanks de vreemde omgeving valt ze snel in slaap. Een korte, diepe slaap waaruit ze wreed wordt gewekt door een hoog aanhoudend gegil. Lydia schiet overeind en weet even niet waar ze is of wat ze hoort. Ze tast om zich heen naar het lichtknopje en stoot daarbij haar waterglas om dat rinkelend op de houten vloer uiteenspat. In het warme licht van de schemerlamp ziet ze Peter liggen, in diepe slaap. Het gegil houdt aan en blijkt afkomstig van Emma. Op haar blote voeten, het glas ontwijkend, rent ze naar haar gillende kind en vindt haar badend in het zweet, wild om zich heen slaand. Gelukkig slaapt Robin gewoon door. Lydia tilt Emma op die haar met grote betraande ogen aankijkt. Sussend wiegt ze haar heen en weer. ‘Stil maar, meisje, er is niets aan de hand. Je droomt maar.’ Snikkend wijst Emma naar een donkere hoek in haar kamertje. ‘Er kwam een…. een groene menee-heer en die wilde Spooky dood maken’, hikt ze. ‘En toen wilde hij ook Robin meenemen en ik trok aan zijn jas maar die was heel koud en glibberig en toen zwom hij weg door de muur en toen moest ik heel hard huilen!’

‘Stil maar, er is niets aan de hand met Spooky en Robin en die groene meneer bestaat niet’, sust Lydia. ‘Kijk maar, daar ligt Spooky gewoon op je voeteneind en Robin slaapt in zijn eigen bedje.’
‘Jamaar ik ben bang’, snuft Emma. ‘Mag ik bij jou slapen?’
‘Nee, je moet gewoon in je eigen bed blijven. Maar ik zal de deur openlaten en dan doe ik het licht op de gang aan, oke?’ Emma knikt zwakjes en laat zich weer onder het vrolijk gekleurde dekbed stoppen. Lydia aait Spooky over zijn kop – hoe is die nou weer binnengekomen? – en loopt terug naar haar eigen slaapkamer. Peter kijkt haar slaapdronken aan: ‘wat isser?’
‘Emma had een nare droom’, antwoordt Lydia kort. ‘Waarom was jij zo laat?’
‘Gewoon, de oude man – hij heet trouwens Ben – had veel te vertellen over de omgeving, en de mensen hier, en de dingen waar ze nog in geloven, spoken en groene mannen enzo. Vertel het je morgen wel, goed? Ben nou moe. Truste.’ En na een zoen op haar voorhoofd draait hij zich weer op zijn zij. Ze ruikt bier in zijn adem. Nou ja, vooruit, dat was ook waarom hij naar de overkant was vertrokken: voor een biertje of een borreltje. Het is niet dat hij nog moet rijden daarna, of morgen vroeg weer aan het werk.

Lydia knipt het lampje weer uit, maar de slaap wil niet komen. Het angstige gezicht en de woorden van Emma spelen door haar hoofd tesamen met haar eigen vage gevoel van onrust – onheil -, opgeroepen door het sombere huis en de donkere bosrand daar vlakbij en de groene man, die Peter even zijdelings noemde. Ze draait zich op haar zij en probeert in slaap te komen.

(wordt vervolgd)

4 comments

Skip to comment form

  1. Nou ik had gehoopt te kunnen schrijven, heel spannend, maar het is net te goed te voorspellen. Maar ik wacht nog op het volgende deel

      • Ivy on 6 november 2011 at 17:07
        Author
      • Reply

      Antoinette: je kunt zometeen controleren of je goed voorspeld had, deel 2 komt eraan ;-)
      Hopen ook dat de spanning blijft ….

    • joosttiboschsr on 6 november 2011 at 13:48
    • Reply

    Hoop dat de pannenkoeken er nog zijn. Dan zijn de kinderen ook snel over de griezelige verhalen heen. Vroeger fietste ik ernaar toe en in het donker terug om ze uit te serveren. Weet uit ervaring dat de omgeving went!

      • Ivy on 6 november 2011 at 17:08
        Author
      • Reply

      Joost: de pannekoeken zijn er nog, en overheerlijke appeltaart met cappucino.
      Als je deel twee gelezen hebt denk je misschien anders over de omgeving ;-)

Geef een reactie

Your email address will not be published.